medewerker-cobie-voorberg-bvd-advocaten-overzicht.jpg

Cobie Voorberg

Onlangs las ik een opvallende uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 december 2021: scheidende partijen moeten beiden in de echtelijke woning blijven. De rechtbank wil voorkomen dat één van de twee scheidende partners op straat komt te staan.

Onlangs las ik een opvallende uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 december 2021: scheidende partijen moeten beiden in de echtelijke woning blijven. De rechtbank wil voorkomen dat één van de twee scheidende partners op straat komt te staan. Gevolg: de scheidende partners moeten samen in één huis blijven wonen.

Wie mag in de woning blijven?

Wat is hier aan de hand? En hoe zat het ook alweer met het gebruik van de echtelijke woning in een echtscheidingsprocedure?

Bij een scheiding gaat in veel gevallen één van de partners al voordat de scheiding definitief is, apart wonen. Het komt regelmatig voor dat de echtgenoten er niet uitkomen wie van hen de echtelijke woning moet verlaten. Dat veroorzaakt extra stress en spanning, bovenop de spanning die er al is door de relatie die stukgelopen is.

Voorlopige voorziening

De echtgenoot die de scheiding niet wil, kan de echtscheidingsprocedure vertragen door weinig of geen medewerking te verlenen. Intussen lopen de spanningen in huis op. Een vervelende situatie, die lange tijd kan voortduren. Als één van de scheidende partners de situatie onhoudbaar vindt, kan hij of zij aan de rechter vragen om zelf de woning te mogen blijven gebruiken bij uitsluiting van de ander. Dit geldt dan voor de duur van de echtscheidingsprocedure. Voor zo’n verzoek moet een advocaat worden ingeschakeld en een verzoekschrift voorlopige voorzieningen worden ingediend. Een voorlopige voorziening is een soort spoedprocedure. Zo’n procedure wordt door de rechtbank al binnen enkele weken op zitting gepland. De rechter moet dan oordelen wie het meest belang heeft bij het blijven bewonen van de echtelijke woning.

In de uitspraak van de rechtbank Den Haag speelde het volgende. Zowel de vrouw als de man vragen aan de rechter om het gebruik van de echtelijke woning, bij uitsluiting van de ander. Beiden hebben er belang bij om in de woning te mogen blijven.

Patstelling

De vrouw geeft aan dat er spanningen zijn die zij als zeer belastend ervaart. Zij wil ook dat de minderjarige dochter aan haar wordt toevertrouwd en dat zij samen met haar dochter in de woning kan blijven. Zij is altijd de hoofdverzorger geweest, omdat de man dat vanwege zijn geestelijke gezondheid niet kon. Daarom moet de dochter voorlopig aan haar worden toevertrouwd. Volgens de vrouw kan de man wel terecht bij vrienden of familie.

De man stelt dat hij al jaren te maken heeft met psychische klachten. Hij heeft diverse hulpverleners en gaat naar de dagbesteding. Één keer per drie weken komt zijn begeleidster op bezoek voor een gesprek. Een stabiele woonomgeving is cruciaal voor zijn geestelijke gezondheid. Hij kan hiervoor niet terecht bij vrienden of familie. Beide partijen hebben dan ook belang om in de woning te blijven. Ze hebben allebei geen alternatieve woonruimte.

Er is sprake van een patstelling, zo stelt de rechtbank. Als de rechtbank mee zou gaan in het verzoek van de vrouw, zou de man met zijn psychische problematiek op straat staan. Gaat de rechtbank mee in het verzoek van de man, dan zou de vrouw met een jong kind geen onderdak hebben.

Het middel is erger dan de kwaal

De rechtbank stelt dat het middel in beide situaties erger zou zijn dan de kwaal, in elk geval op korte termijn. Dat vormt reden om beide verzoeken af te wijzen. Geen van beide echtgenoten krijgt waar om is gevraagd.

Ondanks het feit dat de situatie zwaar is voor beide partijen, vindt de rechtbank het voor de duur van de procedure van belang dat de huidige situatie wordt gehandhaafd. Beide echtgenoten krijgen niet het gebruik van de woning bij uitsluiting van de ander.

Ze zullen dus bij elkaar in de woning moeten blijven wonen, in elk geval voorlopig. De rechter vindt dit ook in het belang van het minderjarige kind, die vooralsnog geen last lijkt te hebben van de ruziënde ouders.

De rechtbank komt daarmee in deze zaak tot een bijzonder en opvallend oordeel. Een keuze tussen twee kwaden, wordt opgelost door te kiezen voor de derde, minder voor de hand liggende mogelijkheid: de situatie zo laten zoals hij is.

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie

medewerker-cobie-voorberg-bvd-advocaten-contact.jpg

Expertises