Alimentatie en de coronacrisis: jurisprudentie over de kredietcrisis als precedent?

mr. dr. M.P. (Maria) de Jong-de Kruijf


Kan ik als ondernemer in deze coronacrisis alimentatieverlaging krijgen? Mijn tijdelijke contract is niet verlengd, ben ik verplicht om de alimentatie door te betalen? Mijn man zegt dat hij de alimentatie niet langer kan opbrengen omdat hij als ZZP’er geen werk meer binnenhaalt, maar dat is hij toch verplicht?

U kunt natuurlijk proberen om er samen uit te komen, al dan niet met een mediator, maar wat nu als dit niet lukt?

Deels is die vraag lastig te beantwoorden omdat een crisis als deze voor ons allen nieuw is. De Wereldhandelsorganisatie voorziet op dit moment een coronarecessie die groter is dan de economische neergang als gevolg van de financiële crisis van 2008 (NOS, 25 maart 2020). Een interessante vraag is of we wat kunnen leren van de rechtspraak in die periode voor de situatie van nu. De vraag die daarbij steeds aan de orde is, is: heeft een tijdelijke dip in inkomen gevolgen voor de draagkracht?

Kijk naar kasstromen en de feitelijke liquiditeit

In een voorlopige voorzieningen procedure was vastgesteld dat de man een alimentatie moest voldoen van € 27.000 per maand. Inmiddels verdiende de man een inkomen van € 13.821 en kwam hij in hoger beroep tegen de vastgestelde voorlopige voorziening (het hof achtte art. 824 Rv van toepassing). In hoger beroep moest het hof beoordelen of de voorlopige voorziening in stand moest blijven of niet. Hierbij hanteerde het hof het volgende uitgangspunt:

“Met name in de huidige economische crisis dient de rechter in zijn beoordeling te betrekken de kasstroom waarover de alimentatieplichtige feitelijk kan beschikken en niet uit te gaan van in het verleden genoten inkomen of fictieve inkomsten.” 

De man in kwestie beschikte over een aanzienlijk vermogen. Enkel dit gegeven, zegt nog niet zoveel volgens het hof:

“Indien een alimentatieplichtige over een aanzienlijk vermogen beschikt geeft dit niet een antwoord op de vraag of dit vermogen liquide is of op korte termijn liquide is te maken. Een alimentatieplichtige kan in ernstige liquiditeitsproblemen - met mogelijk als resultaat een faillissement - komen te verkeren indien een alimentatieplicht wordt opgelegd die niet kan worden voldaan uit een kasstroom waarover hij daadwerkelijk kan beschikken.”

Kort gezegd oordeelt het hof dat bij het vaststellen van de draagkracht van de man in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan, dat de voorziening niet in stand kan blijven.

Salarisvermindering is niet gerechtvaardigd; voldoende reserves in de BV

Bij het hof Leeuwarden betoogt een van partijen dat hij, in verband met de inkomstenvermindering van bouwbedrijf Plas BV als gevolg van de financiële crisis, per 1 januari 2009 zijn salaris zodanig heeft verminderd dat hij niet langer in staat is om aan de vrouw partneralimentatie te betalen. In de beschikking wordt opgemerkt dat het buiten kijf staat dat zijn bouwbedrijf te lijden heeft onder de recessie en dat de verminderde resultaten gevolgen hebben voor de BV van de man. De man heeft bijvoorbeeld 10 tot 15 man personeel van het bouwbedrijf moeten ontslaan. Is deze salarisvermindering gerechtvaardigd?

Het hof vindt van niet: binnen de BV zijn nog voldoende reserves aanwezig die de man kan aanspreken om de gevolgen van de kredietcrisis te kunnen dragen en zijn salaris te kunnen blijven voldoen. Het hof neemt daarbij mee in haar oordeel dat de man blijkens de post rekening-courant directie in 2008 nog een privéopname heeft gedaan van € 92.000. Dat man licht toe dat deze privéopname is gebruikt ten behoeve van ontwikkelingskosten, projectontwikkeling en vastgoed, gedane betwisting, maar het hof acht dit onvoldoende nader onderbouwd. Tevens blijkt de medeaandeelhouder nog steeds de hogere managementfee uitbetaald te krijgen. Reden voor het hof om bij het vaststellen van de draagkracht van de man geen rekening te houden met de salarisvermindering van de man.

Het hof gaat niet uit van de gemiddelde winst over de laatste drie jaren

In de volgende casus drijft de vader als zelfstandige een klusbedrijf. De winst loopt in 2010 terug naar € 843, de gemiddelde winst in de jaren 2007 tot en met 2009 bedroeg € 18.865. Het hof merkt het volgende op:

“Het is een feit van algemene bekendheid dat de bouwsector door de financiële crisis is getroffen en dat derhalve sprake is van teruglopende resultaten.”

Daarnaast acht het hof de verklaring van de vader, dat hij in 2010 nauwelijks inkomen met zijn eenmanszaak heeft weten te genereren, mede vanwege een “frozen shoulder”, gezien de bewijsvoering, aannemelijk. De vader is hierdoor tijdelijk uit de roulatie geweest. Het hof is van oordeel dat het gaat om “de financiële middelen die de vader in 2010 rechtens en feitelijk ter beschikking hebben gestaan”.

In deze casus leidt dit tot nihilstelling van de kinderalimentatie.

Het hof hanteert een ander rentepercentage in crisistijd dan de Belastingwet voorschrijft

Het hof Leeuwarden boog zich in 2011 over de vraag welke inkomsten de vrouw uit haar vermogen verkrijgt. De vrouw in kwestie heeft namelijk de beschikking over vermogen waaruit zij inkomsten kan genereren. Het hof gaat uit van een gemiddeld te realiseren (bruto) rendement van 3% (in 2020 zou dat natuurlijk exorbitant hoog zijn) op het vermogen en motiveert dit als volgt:

Gezien de huidige financiële crisis acht het hof het door de man bepleite percentage van 4% niet realistisch, hoezeer ook de belastingwetgeving dat als uitgangspunt hanteert. 

Dus waar bent u aan toe op dit moment?

Uiteraard zijn deze geschetste voorbeelden casuïstisch en lenen zij zich lastig voor algemene uitspraken over alimentatie in crisistijd. Wel wint deze jurisprudentie aan relevantie naarmate een (langdurige) economische recessie bewaarheid wordt. Verder geven deze uitspraken een kijkje in de keuken. De gerechtshoven lijken een nuchtere en pragmatische maatstaf te hanteren: geld dat niet verdiend is in crisistijd, is er niet. Geld dat feitelijk ter beschikking staat – af te leiden uit kasstroomoverzichten – telt. Wel zal de rechter alle belangen afwegen, zodat dat normaliter ook wordt gedaan. Raakt het ontslag van personeel de eigen BV (holding) van de ondernemer? In hoeverre is sprake van fysieke / psychische klachten? Kan iemand zijn zaak goed onderbouwen met feiten en cijfers? Al deze zaken blijven gewoon van belang, wel valt op dat het algemene uitgangspunt genuanceerder is: de crisis zelf behoeft niet onderbouwd te worden, dat is een feit van algemene bekendheid.

Lees ook:

Dossier: Coronavirus

 

Laatste blogs

Blog

De belangrijke rol van de financieel adviseur...

mr. N.P. (Natasja) Barské-Gelling

Na een zorgvuldige analyse van de financiële situatie van een onderneming, is een ondernemer soms genoodzaakt de onderneming te staken.

lees verder

Blog

Hypotheekschuld: samen aangegaan, toch niet...

mr. drs. A.M. (Anje) Slootweg

Recent is door het Gerechtshof Den Haag een interessante uitspraak gedaan. Het ging om een stel dat niet met elkaar is getrouwd.

lees verder
alle blogs

BVD advocaten
in de buurt

Onze specialisten werken vanuit 5 vestigingen in Nederland.

BEREKEN ROUTE

Hardinxveld-Giessendam

  • Bezoekadres:
  • Moerbei 11
  • 3371 NZ Hardinxveld-Giessendam
  • 0184 61 89 74
  • 0184 61 89 75

BEKIJK PAGINA

Altena

  • Bezoekadres:
  • Hulsenboschstraat 5-D
  • 4251 LR Werkendam
  • 0183 50 55 22
  • 0183 50 44 88

BEKIJK PAGINA

Barneveld

  • Bezoekadres:
  • Raadhuisplein 55
  • 3771 ER Barneveld
  • 0342 74 07 00
  • 0342 74 07 10

BEKIJK PAGINA

Veenendaal

  • Bezoekadres:
  • Nieuweweg 40-42
  • 3905 LN Veenendaal
  • 0318 - 53 17 80
  • 0318 - 53 17 90

BEKIJK PAGINA

Kampen

  • Bezoekadres:
  • Meeuwenplein 9A
  • 8261 WB Kampen
  • 038 741 01 00
  • 038 741 01 10

BEKIJK PAGINA