Werkgevers zijn wettelijk verplicht om hun werknemers van een zo veilig mogelijke werkomgeving te voorzien om te voorkomen dat werknemers tijdens hun werk schade lijden. In dit artikel besteed ik bijzondere aandacht aan het uitglijden van werknemers in zorginstellingen. Aan de hand van enkele gerechtelijke uitspraken beantwoord ik de vraag hoe glij-incidenten in de zorg zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen.

Een Haagse verzorgende bracht een tweetal naaldcontainers de trap op naar boven. Op de trap gleed zij uit over een plas gemorste koffie. Volgens het Gerechtshof Den Haag (uitspraak van 20 mei 2014) is het verpleeghuis voor de schade van deze werkneemster niet aansprakelijk. Van belang was dat de medewerker ervaren was en haar gebruikelijke werkzaamheden verrichtte, de trap aan de veiligheidseisen voldeed en aan de verzorgende speciale werkschoenen ter beschikking waren gesteld. De trap werd wekelijks schoongemaakt en als er bij het schoonmaakbedrijf een melding binnenkwam dat er iets was gemorst, werd dit onmiddellijk verwijderd. De werkgever van de Haagse verzorgende heeft daarmee aan haar zorgplicht voldaan, aldus het Hof; de werkgever hoeft de schade van de verzorgende daarom niet te vergoeden.

Een Utrechtse bejaardenverzorgende werd door een bewoonster opgepiept. De bewoonster had zowel in als naast haar bed geplast. De verzorgende maakte eerst de vloer schoon en is vervolgens het bed gaan verschonen. Daarbij gleed zij uit op de door haar gedweilde vloer. Volgens de verzorgende had haar werkgever haar een aantal hulpmiddelen moeten verstrekken, waaronder een anti-slipzeil en schoonmaakmiddelen waarmee de vloer kurkdroog gemaakt kon worden. De Rechtbank Utrecht (uitspraak van 29 september 2000) gaat daar niet in mee; de verzorgende wist dat de vloer na het dweilen glad kon zijn. Er is sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden waar de werkgever niet aansprakelijk voor is.

In een zaak waar het glij-incident zich niet in de zorg maar in een bedrijfspand voordeed, komt het Gerechtshof Amsterdam (uitspraak van 26 januari 2010) tot het oordeel dat het door de werkgever ingehuurde schoonmaakbedrijf aansprakelijk is voor het letsel dat haar werknemer overkwam. De werknemer nam deel aan een bespreking in een kantoor dat grensde aan een met geglazuurde plavuizen betegelde hal. Tijdens de bespreking dweilde een medewerker van het schoonmaakbedrijf de hal. Toen de werknemer na zijn bespreking de hal in liep, gleed hij uit op de gedweilde vloer. Van belang is dat de werknemer niet wist dat de vloer tijdens zijn bespreking was gedweild en dat voor hem niet zichtbaar was dat de vloer nat was. Het schoonmaakbedrijf had op zijn minst zorg moeten dragen voor waarschuwingsborden waardoor voor de werknemer zichtbaar was dat er sprake was van een gevaarlijke situatie. Het op de bij de schoonmaakwerkzaamheden gebruikte emmer zichtbare ‘Caution wet floor’ was hiervoor onvoldoende.

Mijns inziens had de werknemer in dit geval de keuze wie hij aansprakelijk wilde stellen; het schoonmaakbedrijf of zijn werkgever. Het inschakelen van een professioneel schoonmaakbedrijf ontslaat een werkgever niet van zijn eigen zorgplicht.

Uit het voorgaande blijkt dat een bij een structurele oorzaak voor gladheid (gedweilde vloer) meer van een werkgever verwacht mag worden dan in het geval van een incidentele oorzaak voor gladheid (gemorste koffie). Concreet kan een werkgever in ieder geval zorgen voor:

- een (aantoonbaar) adequaat schoonmaakschema waarbij ruimte is voor het snel opruimen van incidentele oorzaken voor gladheid;
- duidelijke waarschuwingen bij gladheid na schoonmaken;
- deugdelijk schoeisel;
- een op dit punt duidelijke Risico Inventarisatie & Evaluatie.

Het voornaamste doel van het naleven van de zorgplicht door de werkgever is dat letsel door bedrijfsongevallen zoveel mogelijk wordt voorkomen. 

Het voornaamste is dat op deze manier letsel bij werknemers zoveel mogelijk wordt voorkomen; daar is iedereen vanzelfsprekend het meeste bij gebaat. Heeft u helaas toch te maken met een arbeidsongeval? Neem dan contact op met één van de Letselschade-advocaten van ons kantoor (0318 53 17 80). Ook met andere vragen over letselschade, aansprakelijkheid en verzekeringsrecht kunt u bij hen terecht.

Deel dit artikel

Expertises