Wie verwacht er nu dat de wet ondernemers verrast met regels voor perioden waarin er géén arbeidscontract geldt? Toch is dat precies wat het overgangsrecht bij de ketenregeling in de WWZ doet. De onderbreking die voorafgaat aan het tijdelijk arbeidscontract dat op of na 1 juli 2015 wordt gesloten, blijkt zelfs cruciaal voor de rechtspositie van werknemer … en werkgever.

De “oude” ketenregeling nog even vasthouden kán
De wettelijke ketenregeling geeft regels voor series van tijdelijke dienstverbanden. Eerder al heb ik uitgelegd dat het mogelijk is om de “oude” ruimere ketenregeling ook ná 1 juli 2015 nog beperkte tijd te blijven benutten, want iedere verlenging van een tijdelijk contract of opvolging ervan door een volgend tijdelijk contract, mits aangegaan vóór 1 juli 2015, valt onder de werking van de “oude” ketenregeling: maximaal 3 tijdelijke contracten met tussenpozen korter dan 3 maanden in 3 jaar tijd.

Zelfs wanneer het bepaalde tijdcontract is aangegaan (getekend) op bijvoorbeeld 28 juni 2014 maar feitelijk ingaat op bijvoorbeeld 1 september 2014, valt het onder de “oude” ketenregeling. Dit blijkt uit opmerkingen van de minister bij de behandeling van het wetsvoorstel.
Theoretisch bestaat desondanks de kwade kans dat een rechter dit in een specifiek individueel geval als bijvoorbeeld misbruik van recht ziet en er om die reden toch “een streep doorheen haalt”.

Ook bestaande CAO’s kunnen de werking van de nieuwe ketenregeling uitstellen
Geldt bij inwerkingtreding van de ketenregeling per 1 juli 2015 een al bestaande CAO die gebruik maakt van de “oude” ketenregeling en de toegestane mogelijkheden tot afwijking daarvan? Dan geldt de regeling van die bestaande CAO volgens het overgangsrecht  in ieder geval nog maximaal één jaar, dus tot uiterlijk 1 juli 2016. Loopt de CAO eerder af, dan is het zoveel korter dan een jaar. Ga dus na hoelang de voor u geldende CAO nog geldt.

Wanneer u nu tijdelijk personeel aanneemt, is het toch goed om alvast vooruit te kijken en nu al te bedenken voor hoelang (en hoeveel) u betrokkene met het oog op 2016 een tijdelijke arbeidsovereenkomst aanbiedt. Ga ook niet op of na 1 juli 2016 zomaar een volgend contract aan, want mogelijk blijkt dat al direct een vast contract te (moeten) zijn. Overleg met een deskundig arbeidsrechtjurist is nodig, want er zit een angel in het overgangsrecht!

Overgangsrecht bij de ketenregeling (afgezien van CAO)
Is er geen bestaande CAO aan de orde die de geldig van de WWZ-ketenregeling nog even uitstelt, dan geldt het hierna toe lichten overgangsrecht voor - uiteraard - bepaalde tijd (BT) contracten. De onderbreking tussen BT contracten is daarbij cruciaal.

De tentakels van de ketenregeling uit de WWZ grijpen terug in de tijd!

Wanneer u de ruimte van de “oude” ketenregeling al volledig hebt gebruikt en partijen daarom op 1 juli 2015 een contractloze tussenpoos van minstens 3 maanden achter de rug hebben, moet u toch oppassen. De tentakels van de ketenregeling uit de WWZ grijpen terug in de tijd!

(I)
Zit er tussen het laatste BT contract van vóór 1 juli 2015 en het nadien op of ná 1 juli 2015 gesloten BT contract 6 maanden of korter? (In de nieuwe ketenregeling is de keten immers pas na een contractloze periode  van 6 maanden doorbroken). Dan telt het laatste nog vóór 1 juli 2015 ingegane/begonnen (en wellicht inmiddels alweer geëindigde) BT contract toch mee als eerste schakel in de keten waarvan u dacht dat deze - opnieuw - start met het eerste BT contract op of ná 1 juli 2015. Met andere woorden: dat eerste op of ná 1 juli 2015 gesloten BT contract blijkt niet de eerste schakel maar al direct de tweede schakel te zijn.

Het wordt natuurlijk pas echt vervelend als het laatste vóór 1 juli 2015 gesloten contract bijvoorbeeld voor iets meer dan 18 maanden was aangegaan, die duur opgeteld bij een tussenpoos nadien van maar liefst precies 6 maanden, maakt een periode van 24 maanden meer dan vol. Laat dat nu net de maximale periode zijn volgens de WWZ-ketenregeling om contracten nog van rechtswege te zien eindigen! De ondernemer zit dan dus vast aan een - inderdaad - vast contract. Uit mijn eerdere blog weet u dat het niet eenvoudiger zoals de wetgever beloofde, maar integendeel veel lastiger is onder het regime van de WWZ om een vast contract te beëindigen.

(II)
Gelukkig kent het overgangsrecht aangaande de ketenregeling toch ook nog een klein positief puntje voor ondernemers die ketens van tijdelijke arbeidscontracten gebruiken. Het overgangsrecht stelt namelijk buiten twijfel dat tussenpozen van meer dan 3 maanden tussen:
- enerzijds het laatste nog vóór 1 juli 2015 ingegane/begonnen (en wellicht inmiddels ook alweer geëindigde) BT contract en
- anderzijds de dááraan voorafgaande BT contracten,
naar het oude tot 1 juli 2015 geldende recht de keten doorbroken (zouden) hebben en dat dit ook zo blijft. Die onderbreking van de keten wordt dus wel gerespecteerd.

Wat moet u met dit alles doen?
U moet inzicht hebben, niet alleen in uw cijfers want daar zorgt uw accountant voor, maar zeker ook hoe de arbeidskrachten in de flexibele schil ingezet kunnen worden. Daar zorgt uw advocaat voor. Het voert niet zover dat u het doopceel van uw tijdelijk personeel hoeft te lichten, maar ieder ondernemer moet een compleet inzicht hebben - op het aantal maanden, de dag en op de datum nauwkeurig - vanaf wanneer de betreffende arbeidskrachten hoeveel contracten hebben gehad, hoelang zij “er tussenuit” zijn geweest en voor welke duur de contracten zijn.

Vergeet tenslotte niet dat het slim toepassen van de regels dan pas begint. Want ook het mogelijk opvolgend werkgeverschap speelt mee. Dat kan binnen concernverband bestaan, maar bijvoorbeeld ook ingeval een DGA personeel vanuit een faillissement heeft overgenomen. Zelfs wanneer het voorheen vaste contracten waren bij de vorige werkgever. Maar dat is een volgend hoofdstuk.

Wanneer u echt buiten het bereik van de grijparmen van de Wet Werk en Zekerheid wilt blijven, neem dan contact op met één van de arbeids- en ondernemingsrechtadvocaten van Bouwman Van Dommelen Advocaten.

Deel dit artikel

Expertises