Het kan de beste overkomen. Enthousiast en vol goede moed start je met een activiteit in je eigen tuin of op je bedrijfsterrein. Je meent goed voorgelicht te zijn over de mogelijkheden en de geldende regels.

Het kan de beste overkomen. Enthousiast en vol goede moed start je met een activiteit in je eigen tuin of op je bedrijfsterrein. Je meent goed voorgelicht te zijn over de mogelijkheden en de geldende regels. Na een controle door een toezichthouder blijken echter toch een paar wettelijke regels overtreden te worden. De gemeente (of de provincie, het waterschap, een ministerie, etc.) start een handhavingstraject. Al zijn er ook overtreders die bewust de grenzen overschrijden, het kan de beste onbewust overkomen.

Laten we het volgende voorbeeld nemen: een ondernemer heeft een vergunning waarin het voorschrift is opgenomen dat hij een hekwerk bouwt om parkeeroverlast te voorkomen.

Herstelsanctie

Binnen het bestuursrecht, waar het omgevingsrecht onder valt, kennen we twee soorten bestuurlijke sancties. Dit zijn de herstelsancties en de bestraffende sancties. Een herstelsanctie ziet op het beëindigen van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding. Een vaak voorkomende herstelsanctie is de last onder dwangsom. Andere (herstel)sancties bespreek ik in een latere column. Door het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom wordt een verplichting opgelegd. Voor het uitvoeren van die verplichting geeft de gemeente een hersteltermijn. Binnen die termijn moet de overtreding opgeheven worden. Gebeurt dit niet, dan wordt een dwangsom verbeurd. Dat is een geldbedrag: soms een groot bedrag in één keer, soms een bedrag per overtreding.

Terug naar ons voorbeeld.

De gemeente merkt na een tijdje dat het hekwerk niet is gebouwd en legt een last onder dwangsom op. Hij moet het hekwerk alsnog bouwen, binnen zes weken. Doet hij dit niet, dan verbeurt hij een dwangsom van € 2.000,00 per overtreding met een maximum van € 10.000,00. Na zeven weken wordt gecontroleerd. Het hekwerk staat er niet. De eerste € 2.000,00 is verbeurd. Elke week komt een toezichthouder langs om te controleren. Na vijf weken is de gemeente er klaar mee: ze stuurt een brief naar de ondernemer. “We hebben vijf keer gecontroleerd en vijf keer geconstateerd dat het hekwerk niet gebouwd is. Per overtreding is een dwangsom verbeurd. Je moet binnen zes weken € 10.000.00 betalen, anders gaan we de dwangsom invorderen.”

Juridische mogelijkheden

Voorafgaand aan de last onder dwangsom wordt vaak een voornemen van de gemeente gestuurd. Je kunt daarop je zienswijze geven. De gemeente moet daar bij de daadwerkelijke oplegging rekening mee houden. Het opleggen van de last onder dwangsom is een besluit. Daartegen kan je dus in bezwaar en beroep. Betaalt de ondernemer de dwangsom niet, dan kan de gemeente een invorderingsbeschikking sturen. Ook dat is een besluit waartegen je in bezwaar en beroep kunt.

Al met al is het dus belangrijk – uiteraard – de wettelijke regels in acht te nemen. Wordt onverhoopt toch een last onder dwangsom opgelegd, let dan goed op je zienswijze-, bezwaar- en beroepsmogelijkheden.

Deel dit artikel

Expertises