Jaco van den Brink

1

Op 31 maart 2023 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin het economisch claimrecht centraal stond, zoals vastgelegd in artikel 110 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Dit recht bepaalt dat wanneer een school ophoudt te bestaan, het eigendom van het schoolgebouw en -terrein om niet aan de gemeente wordt overgedragen.

Dit arrest biedt een nieuwe interpretatie die afwijkt van de gebruikelijke praktijk en kan grote consequenties hebben voor de vermogenspositie van schoolbesturen en de toekomstige verantwoordelijkheid van gemeenten voor onderwijshuisvesting. In deze blog zetten we de casus en het arrest uiteen, bespreken we de mogelijke impact op de vermogenspositie van schoolbesturen en analyseren we de betekenis van het arrest in het licht van nieuw wetgevend voorstel.

De casus en het arrest Bronckhorst

Artikel 110 WPO schetst het economisch claimrecht waarbij gemeenten eigendom verkrijgen van schoolgebouwen en -terreinen wanneer een school ophoudt te bestaan. In de zaak Bronckhorst sloot een stichting in 2015 een basisschool en droeg het gebouw en terrein over aan de gemeente, die vervolgens het gebouw sloopte en de bestemming wijzigde naar wonen. Nazaten van de oorspronkelijke 19e-eeuwse eigenaar van de grond stelden echter dat de grond aan hen had moeten terugvallen, niet aan de gemeente.

De Hoge Raad volgde de conclusie van advocaat-generaal Snijders en stelde vast dat de uitzondering voor 'oude eigendomsscholen' (eigendom voor 1921 zonder publieke financiering) verkeerd was geïnterpreteerd door de lagere instanties. Het begrip ‘oude eigendomsschool’, waarvoor het claimrecht niet geldt, is volgens de Hoge Raad niet beperkt tot gebouwen die vóór 1921 privaat verkregen zijn. Het claimrecht geldt alleen als een gebouw of terrein geheel met overheidsgeld is verkregen of gebouwd.

Doorwerking op vermogenspositie van schoolbesturen

Het arrest en de conclusie van de A-G brengen een belangrijke correctie aan in de interpretatie van het economisch claimrecht. Vaak wordt aangenomen dat dit recht vrijwel altijd geldt, vanwege de gemeentelijke zorgplicht voor gebouwen die al vele decennia geldt. Echter, de casus Bronckhorst toont aan dat als een schoolgebouw of terrein niet volledig met publieke middelen is bekostigd, het economisch claimrecht niet van toepassing is. Dit betekent dat oude schoolgebouwen en terreinen niet automatisch op nihil gewaardeerd hoeven te worden in de boekhouding van schoolbesturen.

Het arrest benadrukt de noodzaak voor schoolbesturen om nauwkeurig te onderzoeken hoe hun gebouwen en terreinen ooit zijn bekostigd. Indien ooit privaat gefinancierd, behoeven deze niet om niet aan de gemeente te worden overgedragen bij beëindiging van het schoolgebruik. Dit kan aanzienlijke financiële implicaties hebben voor zowel schoolbesturen als gemeenten.

Conclusie

Het arrest van de Hoge Raad over het economisch claimrecht heeft belangrijke consequenties voor de vermogenspositie van schoolbesturen en de toekomstige aanpak van onderwijshuisvesting. Het benadrukt de noodzaak voor schoolbesturen om nauwkeurig na te gaan hoe hun gebouwen en terreinen zijn gefinancierd en biedt een bredere interpretatie van het economisch claimrecht die waarschijnlijk ook relevant is voor het (voortgezet) speciaal en voortgezet onderwijs.

Bij BVD Advocaten staan wij klaar om u te begeleiden bij het begrijpen van deze ontwikkelingen en de impact ervan op uw schoolbestuur. Neem gerust contact met ons op voor advies op maat.

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie

Expertises