De basics van een bestemmingsplan

Het belangrijkste instrument voor ruimtelijke ordening: het bestemmingsplan. In het onderstaande worden de belangrijkste regels met betrekking tot bestemmingsplannen weergegeven. Hoe komen ze tot stand? Wat zijn uw rechten als een ongewenst bestemmingsplan wordt vastgesteld? Tot slot worden enkele belangrijke begrippen uitgelegd die te maken hebben met bestemmingsplannen.

Het is goed hierbij op te merken dat in het omgevingsrecht vaak sprake is van uitzonderingen, soms zelfs uitzonderingen op uitzonderingen. Het onderstaande beperkt zich dus tot de hoofdlijnen; voor een concrete beoordeling van uw casus kunt u het beste specifiek advies vragen.

Een bestemmingsplan is een plan dat de gemeente verplicht vaststelt voor haar grondgebied. Centraal staat een goede ruimtelijke ordening. Bij de verschillende bestemmingen (bijvoorbeeld ‘Wonen’, ‘Bedrijf’, ‘Cultuur’, ‘Horeca’ of ‘Maatschappelijk’) horen regels met wat is toegestaan en wat niet. Op die manier reguleert de gemeenteraad zijn plangebied.

Een bestemmingsplan draait dan ook om de vraag: op welke manier kunnen verschillende functies naast elkaar bestaan? Heel belangrijke regel bijvoorbeeld is: bij een woning moet altijd een “aanvaardbaar woon- en leefklimaat” worden gegarandeerd. De gemeente kijkt dan met name naar mogelijke belemmeringen in de vorm van geuroverlast, stof, geluidsoverlast of gevaar. Deze toets is nodig als iemand een woning in de buurt van bedrijven wil realiseren, maar ook als iemand een bedrijf in de buurt van woningen wil realiseren.

Planregels zijn geen regels met een algemene strekking, die op verschillende manieren op te vatten zijn. In meerdere uitspraken beoordeelde de Raad van State planregels. De rechtszekerheid vereist dat de planregels letterlijk gelezen moeten worden, zodat van wat in het bestemmingsplan is bepaald, uitgegaan kan worden. ‘Bedrijfsgebouwen’ zijn dus geen bedrijfswoningen en de regel dat ‘bedrijfsgebouwen achter bedrijfswoningen worden gesitueerd’ betekent niet dat bedrijfswoningen vóór bedrijfsgebouwen geplaatst moeten worden. Een ander voorbeeld: als een locatie bestemd is voor ‘keukens & sanitair’, kan daar geen andere detailhandel komen. Let dus op de tekst van het bestemmingsplan: wat staat er precies? Dáárvan moet uitgegaan worden.

Op deze afbeelding is ‘Wonen’ (geel) gesitueerd naast ‘Maatschappelijk’ (bruin), ‘Horeca’ (oranje) en ‘Dienstverlening’ (roze).

I. Procedure

Een bestemmingsplan wordt vastgesteld volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat betekent dat het besluit om een nieuw bestemmingsplan (of een gedeelte daarvan) vast te stellen zes weken ter inzage ligt op het gemeentehuis en digitaal te raadplegen is. Tijdens die zes weken kan door iedereen zienswijzen ingediend worden. U hoeft niet per se belanghebbende te zijn.

Uiterlijk twaalf weken nadat het bestemmingsplan ter inzage is gelegd, neemt de gemeenteraad een besluit over het bestemmingsplan. Dit besluit moet bekend gemaakt worden in op de gemeentepagina van de plaatselijke krant of website. In een Nota van Zienswijzen wordt de reactie van de gemeente op de ingediende zienswijze weergegeven.

Een bestemmingsplan is pas onherroepelijk vastgesteld als de beroepstermijn is verstreken, namelijk na zes weken, of als er een onherroepelijke uitspraak is op het beroep.

U hoeft niet af te wachten tot de gemeente een bestemmingsplan wijzigt. U kunt zelf vragen om een bestemmingsplanwijziging voor uw perceel.

II. Beroep tegen plan

Leidt het plan tot een onwenselijke situatie, maar neemt de gemeenteraad desondanks toch een besluit tot vaststelling van het plan, dan kunt u beroep instellen bij de bestuursrechter. U hoeft niet eerst bezwaar te maken, omdat het plan is vastgesteld volgens de uniforme uitgebreide voorbereidingsprocedure.

Het beroep moet binnen zes weken na bekendmaking van het besluit ingediend zijn bij de Raad van State.

III. Bestemmingsplanregels

De bestemmingsplanregels bevatten regels over verschillende onderwerpen. Allereerst zijn er de regels te vinden die horen bij de verschillende functies die aanwezig zijn in het bestemmingsplan. Er is bijvoorbeeld te vinden of een Bed&Breakfast in een woning geëxploiteerd mag worden (de zogeheten ‘gebruiksregels’), wat de maximale bouwhoogten zijn van gebouwen (‘bebouwingsregels’) of welke geluidseisen gelden voor horecavoorzieningen.

IV. Overgangsrecht

Bestemmingsplannen bevatten ook altijd overgangsregels. Dat betekent dat het gebruik van grond of bouwwerken dat al bestaat bij de inwerkingtreding van een nieuw bestemmingsplan voortgezet mag worden, ook als het in strijd is met de nieuwe regels. Op die manier blijven de eigendomsrechten van de grondgebruikers gewaarborgd. Hiervoor gelden in de meeste gevallen wel voorwaarden.

Gebruik dat onder het oude bestemmingsplan illegaal was, wordt doorgaans niet beschermd door het overgangsrecht.

V. Vergunningen

Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn voor veel activiteiten vergunningen nodig. Het gaat daarbij om onder meer bouwen, slopen of wijzigingen van een rijksmonument. De aanvraag van de vergunning wordt getoetst aan het bestemmingsplan. De juridische betekenis van een bestemmingsplan is dus groot. Voldoet een aanvraag aan het bestemmingsplan, dan moet de vergunning in beginsel verleend worden. Dit wordt ook wel het limitatief imperatief stelsel van vergunningverlening genoemd. Voldoet een aanvraag niet aan het bestemmingsplan, dan kan de vergunning alleen verleend worden in combinatie met een vergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan (zie de volgende paragraaf).

VI. Afwijken van het bestemmingplan

Als een vergunningsaanvraag niet voldoet aan het bestemmingsplan, moet het bevoegd gezag eerst beoordelen of een vergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan wel mogelijk is. De belangrijkste vraag waaraan onder meer getoetst wordt is of de aangevraagde activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Zo niet, dan kan de vergunning alsnog verleend worden.

VII. Omgevingswet

Het omgevingsrecht bestaat uit veel verschillende wetten, besluiten en andere regelgeving. In 2012 is daarom voorgesteld om de versnipperde regelgeving samen te voegen en een overzichtelijk geheel te maken van de regels. Daarom werd de zogeheten Omgevingswet gemaakt. De Omgevingswet zal waarschijnlijk pas in 2021 in werking treden.In de Omgevingswet worden plannen en vergunningen zoveel mogelijk gebundeld, procedures versneld en onderzoekslasten verminderd.

Een van de belangrijkste onderdelen in de Omgevingswet is het omgevingsplan, dat in de plaats komt van het bestemmingsplan. Het omgevingsplan moet vastgesteld worden door de gemeente. Het omgevingsplan bevat dezelfde regels als een bestemmingsplan, maar ook de regels uit verordeningen over de omgeving. Denk dan aan verordeningen over het kappen van bomen of regels in de APV over het maken van een uitrit.

VIII. Begrippen bij bestemmingplannen

Bij bestemmingsplannen of de beoordeling daarvan horen vaak andere begrippen. Die zullen hieronder besproken worden. Het gaat resp. om een structuurvisie, een beheersverordening, een grondexploitatieplan, een postzegelbestemmingsplan en een inpassingsplan.

Structuurvisie. Het ruimtelijke beleid wordt vastgelegd in structuurvisies. Deze structuurvisies moeten vastgesteld worden op gemeentelijk (gemeenteraad), provinciaal (Provinciale Staten) en nationaal (minister van I en M) niveau. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid. Een structuurvisie is niet juridisch bindend. Het bestemmingsplan bepaalt de gebruiksmogelijkheden en is wel juridisch bindend.

Beheersverordening. In plaats van een bestemmingsplan kan de gemeenteraad een beheersverordening vaststellen. Dat kan op plaatsen waar geen ontwikkelingen worden voorzien. Er hoeft dan niets gereguleerd te worden in een bestemmingsplan, maar er kunnen dan wel regels gesteld worden aan het grondgebied. Op basis van een beheersverordening kunnen vergunningen verleend of afgewezen worden. Ook kan er afgeweken worden van de regels in de beheersverordening. Een beheersverordening lijkt daarom sterk op een bestemmingsplan.

Grondexploitatieplan. In een grondexploitatieplan kunnen kosten die de overheid moet maken, doorberekend worden aan grondeigenaren. Een projectontwikkelaar bijvoorbeeld betaalt dan voor de kosten voor bestrating, straatverlichting of riolering die de overheid maakt voor het bestemmingsplan. In sommige gevallen is de gemeente verplicht een exploitatieplan vast te stellen.

‘Postzegelbestemmingsplan’. De gemeenteraad kan een bestemmingsplan vaststellen voor zijn hele grondgebied, maar ook voor een enkel perceel. Een bestemmingsplan voor slechts één perceel wordt een ‘postzegelbestemmingsplan’ genoemd.

Inpassingsplannen. In sommige gevallen kunnen nationale of provinciale belangen meespelen. Provinciale Staten en de Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen inpassingsplannen vaststellen voor die gevallen. Provinciale Staten kunnen inpassingsplannen vaststellen voor provinciale situaties (voorbeelden zijn provinciale wegen, afvalverwerking of hoogwaterbescherming), de Minister kan een inpassingsplan vaststellen voor nationale situaties (voorbeelden zijn hoogspanningsnetten, grootschalige ontpoldering of gaswinning).

In het inpassingsplan van een gebied wordt aangegeven of de bestemmingsplannen in dat gebied nog gelding hebben. Is een inpassingsplan ontworpen, dan mag de gemeenteraad geen bestemmingsplan meer vaststellen.

BVD advocaten
in de buurt

Onze specialisten werken vanuit 5 vestigingen in Nederland.

BEREKEN ROUTE

Hardinxveld-Giessendam

  • Bezoekadres:
  • Moerbei 11
  • 3371 NZ Hardinxveld-Giessendam
  • 0184 61 89 74
  • 0184 61 89 75

BEKIJK PAGINA

Altena

  • Bezoekadres:
  • Hulsenboschstraat 5-D
  • 4251 LR Werkendam
  • 0183 50 55 22
  • 0183 50 44 88

BEKIJK PAGINA

Barneveld

  • Bezoekadres:
  • Raadhuisplein 55
  • 3771 ER Barneveld
  • 0342 74 07 00
  • 0342 74 07 10

BEKIJK PAGINA

Veenendaal

  • Bezoekadres:
  • Nieuweweg 40-42
  • 3905 LN Veenendaal
  • 0318 - 53 17 80
  • 0318 - 53 17 90

BEKIJK PAGINA

Kampen

  • Bezoekadres:
  • Meeuwenplein 9A
  • 8261 WB Kampen
  • 038 741 01 00
  • 038 741 01 10

BEKIJK PAGINA