Procesonbekwaamheid van minderjarigen
De hoofdregel binnen het civiele recht is dat het kind procesonbekwaam is; de ouders of voogd treden, als wettelijk vertegenwoordiger van het kind, op als formele procespartij. Op deze hoofdregel zijn echter enkele uitzonderingen gemaakt.
Zo kan een kind in sommige zaken met een advocaat als zelfstandige procespartij optreden en bijvoorbeeld de rechter verzoeken om opheffing van de ondertoezichtstelling. Dit is de formele rechtsingang van kinderen; zij kunnen met een formeel verzoekschrift de rechter vragen een beslissing te nemen.
Naast de formele rechtsingang bestaat ook de informele rechtsingang. Daarbij kan een kind zelf, zonder verzoekschrift en zonder advocaat, een brief of e-mail sturen aan de kinderrechter. In zo’n bericht kan het kind vragen om een beslissing over bijvoorbeeld de zorgregeling, het contact met ouders of de woonplek. Ook een verzoek om een bijzondere curator valt hieronder. Voor deze informele route gelden geen harde leeftijdsgrenzen: ook jongere kinderen kunnen worden gehoord als zij hun belangen redelijk kunnen overzien.
De informele rechtsingang in de zaak van Joep
Joep maakte gebruik van de informele rechtsingang. Hij zond een e-mail aan de kinderrechter met het verzoek om te bepalen dat hij niet langer naar zijn moeder hoefde te gaan.
De vraag van Joep valt binnen de reikwijdte van de informele rechtsingang. Het gaat immers om de zorgregeling. Joep mag zijn vraag dus stellen aan de kinderrechter en de kinderrechter neemt de vraag van Joep in behandeling.
De kinderrechter ziet dat Joep het contact met zijn moeder als zwaar en belastend ervaart. Tegelijkertijd benadrukt de rechtbank dat het niet de bedoeling is dat een kind zelf de juridische verantwoordelijkheid draagt voor het beëindigen of ingrijpend wijzigen van een zorgregeling.
Het verzoek dat hier voorligt is ingrijpend: het komt neer op het volledig stopzetten van contact met één ouder. Dat raakt direct aan het ouderlijk gezag en de verdeling van zorg- en opvoedingstaken.
Daarmee verschuift de focus van het kind naar de ouders.
De rechtbank benadrukt in de zaak van Joep dat dit soort geschillen niet via de informele rechtsingang door een kind moeten worden uitgevochten. Niet omdat dit juridisch niet de juiste route is, maar omdat het kind daarmee in een onwenselijke loyaliteitspositie kan komen te staan.
Procesverantwoordelijkheid bij de vader
De oplossing ligt volgens de rechtbank in een procedure tussen de ouders. De vader, als hoofdopvoeder, moet de stap zetten naar de rechter om de zorgregeling te wijzigen.
In zo’n procedure kunnen ouders als procespartijen de zorgregeling laten toetsen en eventueel laten wijzigen. Het kind kan daarin wel worden gehoord, maar staat niet zelf aan het roer van het juridische geschil.
Conclusie
De kernboodschap van deze uitspraak is dan ook: het kind moet worden gehoord in juridische procedures, niet belast. En waar de druk op het kind te groot wordt, ligt er een duidelijke taak voor ouders én hulpverlening om het geschil terug te brengen naar het niveau waar het thuishoort: de ouders onderling.
Beschikking van de Rechtbank Zeeland- West-Brabant van 23 maart 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:3295