Leanne Kirpestein-Spierings

4 min.

Een scheiding brengt vaak veel veranderingen met zich mee, ook op het gebied van wonen. Een veelgestelde vraag in mijn praktijk is dan ook: wie mag in de huurwoning blijven wonen? Maakt het dan nog uit of partijen gehuwd waren of samenwoonden? En wat gebeurt er als één van de partners al vóór de scheiding uit de woning vertrekt? In deze blog wordt antwoord gegeven op deze vragen.

Wie is huurder bij huwelijk, geregistreerd partnerschap en samenwonen?

In geval van een huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt de echtgenoot die zijn of haar hoofdverblijf heeft in de huurwoning van rechtswege medehuurder. Het maakt daarbij niet uit of de huurovereenkomst oorspronkelijk door één van de partners is gesloten. Ook toestemming van de verhuurder is daarvoor niet nodig.

Voor samenwoners gelden andere regels. Anders dan bij gehuwden en geregistreerd partners ontstaat medehuur niet automatisch. Wanneer één van de partners bij de ander intrekt, blijft de oorspronkelijke huurder in beginsel de enige huurder van de woning. Wel kunnen samenwoners gezamenlijk aan de verhuurder verzoeken om medehuurderschap. Indien de verhuurder niet instemt, kan de rechter worden verzocht om alsnog medehuur toe te kennen.

Wat als één van de echtgenoten al vóór de scheiding vertrekt?

Wanneer een echtscheiding onvermijdelijk is geworden, komt het regelmatig voor dat één van de echtgenoten tijdelijk elders gaat wonen. Soms gebeurt dit in onderling overleg, maar het kan ook voorkomen dat de rechter bij wijze van voorlopige voorziening bepaalt dat één van de partijen de woning tijdelijk moet verlaten.

Een tijdelijk vertrek betekent echter niet dat het medehuurderschap direct eindigt. Ook de echtgenoot die tijdelijk elders verblijft, behoudt in beginsel zijn of haar rechten als medehuurder. Daarnaast blijven beide echtgenoten verantwoordelijk voor de verplichtingen uit de huurovereenkomst. Partijen kunnen hierover uiteraard wel onderling afspraken maken.

Wie wordt huurder na de scheiding?

Wanneer partijen het erover eens zijn wie na de scheiding in de woning blijft wonen, hoeft de rechter daar doorgaans niet aan te pas te komen. De gemaakte afspraken hierover kunnen worden vastgelegd in een scheidingsconvenant.

Indien beide echtgenoten in de woning willen blijven wonen, kan de rechter bepalen aan wie het huurrecht wordt toegewezen. Daarbij maakt de rechter een belangenafweging, waarbij alle omstandigheden van het geval worden betrokken.

Zijn er kinderen, dan speelt hun belang doorgaans een belangrijke rol. De kans is groot dat de rechter meeweegt bij welke ouder de kinderen het grootste deel van de tijd verblijven. Daarnaast kunnen ook de financiële positie van partijen, hun leeftijd, gezondheid en de mogelijkheden om andere woonruimte te vinden van belang zijn.

Omdat iedere situatie anders is, bestaat er geen standaardregel. De uitkomst is daarom sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Meer weten over familierecht? Bekijk onze gespecialiseerde website met actuele informatie, blogs en advies.
👉 www.bvd-familierecht.nl

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie