Soms is het gedrag van een alimentatiegerechtigde echter zodanig grievend, dat de vraag kan worden opgeworpen of van de alimentatieplichtige in redelijkheid nog kan worden gevergd dat deze bijdraagt in de kosten van het levensonderhoud van de ex-partner. Anders gezegd: of de lotsverbondenheid die uit het ontbonden huwelijk voortvloeit als gevolg van gedragingen van de onderhoudsgerechtigde als verbroken kan worden beschouwd.
Dit roept de vraag op: wanneer is hier sprake van? In de wet is namelijk niet vastgelegd wat precies onder ernstig grievend gedrag dient te worden verstaan.
Uitspraken
Recent zijn er enkele uitspraken gepubliceerd die hier wat meer duidelijkheid in verschaffen.
In een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland stelt de rechtbank het volgende vast:
“De enkele vaststelling van grievend gedrag van de alimentatiegerechtigde jegens de alimentatieplichtige, leidt er niet zonder meer toe dat daarmee de mogelijke aanspraak op een bijdrage aan levensonderhoud komt te vervallen. Een echtscheidingsprocedure gaat in het algemeen gepaard met de nodige emoties en vaak ook ruziegedrag. Door de gemoedstoestand van betrokkenen kunnen er ruzies ontstaan die zich onder normale omstandigheden niet zouden voordoen.”
“Als wordt vastgesteld dat de lotsverbondenheid tussen de ex-echtgenoten is verbroken, dan vervalt daarmee het recht op alimentatie. Voor de alimentatiegerechtigde zijn er dus verstrekkende gevolgen indien de lotsverbondenheid door diens gedrag als verbroken wordt beschouwd. De rechter dient derhalve een grote mate van terughoudendheid in acht te nemen bij het vaststellen van de verbreking van de lotsverbondenheid. Naarmate de duur van het huwelijk langer is geweest en/of uit het huwelijk kinderen zijn geboren, worden de eisen die aan het verbreken van de lotsverbondenheid worden gesteld zwaarder.”
Wat speelde in deze zaak? De man stelt dat de vrouw zich heeft schuldig gemaakt aan intieme terreur, waarbij zij hem heeft vernederd, geïntimideerd, bedreigd en gechanteerd. Ook heeft zij hem in de gaten gehouden en gevolgd en heeft zij onwaarheden verspreid over hen. Zij zou bij haar handelen ook derden hebben betrokken. Om deze reden vindt hij dat de lotsverbondenheid is verbroken.
De vrouw betwist dit alles.
De rechtbank kan invoelen dat bepaalde uitlatingen van de vrouw emotioneel zwaar voor de man zijn geweest. Anderzijds geeft de rechtbank aan dat de situatie ook voor de vrouw zwaar zal zijn geweest, omdat zij is geconfronteerd met een affaire en nieuwe relatie van de man en dat hij met die nieuwe relatie een kindje heeft gekregen. Dit zal gepaard zijn gegaan met veel emoties. De rechtbank acht al met al niet aangetoond dat van de zijde van de vrouw sprake is geweest van dermate grievend gedrag, dat dit tot gevolg heeft dat de lotsverbondenheid tussen partijen is verbroken.
Een andere uitspraak betreft een procedure die speelde bij de rechtbank Den Haag:
De man stelt dat de vrouw hem voor het leven heeft verminkt door kokend water over hem heen te gooien. De vrouw erkent dit, maar geeft aan dat dit een eenmalig incident was, die zij betreurt. Daarbij geeft zij aan dat er sprake was van een noodweersituatie.
De rechtbank overweegt dat niet is vast te stellen wat precies is voorgevallen. Mede gelet op het lange huwelijk en het feit dat het op zichzelf niet ongebruikelijk is dat een relatiebreuk dan wel echtscheiding gepaard gaat met de nodige emoties, komt de rechtbank ook hier tot het oordeel dat de lotsverbondenheid tussen partijen niet is komen te vervallen.
Ook de laatste procedure die ik hier wil noemen speelde bij de rechtbank Den Haag.
Volgens de man werd hij tijdens het huwelijk structureel psychisch en fysiek mishandeld door de vrouw. Hij gaf aan dat er geschreeuwd en gescholden werd, maar ook sprake was van fysiek geweld. De man stelt dat hij zich langdurig onveilig heeft gevoeld in de echtelijke woning en dat hij mede door de onveilige thuissituatie is opgenomen in een verzorgingshuis. Hij onderbouwt dit met stukken.
De rechtbank acht voldoende onderbouwd dat de vrouw zich tijdens het huwelijk grensoverschrijdend en grievend jegens de man heeft gedragen. De man durfde uit veiligheidsoverwegingen niet meer naar huis. Zijn dochters beschrijven een situatie van voortdurende angst, escalaties en fysiek geweld. Verder geven de dochters aan dat hij is gevallen, mogelijk geduwd, en daarbij een ruggenwervel brak. De vrouw zou hem daarna hebben verwaarloosd. Er zijn striemen op zijn enkel waargenomen. Er wordt ondervoeding geconstateerd, veroorzaakt door onvoldoende voedselinname als gevolg van weigering van de vrouw om maaltijden aan te bieden.
Gelet op dit alles acht de rechtbank het aannemelijk dat de gedragingen van de vrouw een einde hebben gemaakt aan de lotsverbondenheid tussen partijen. De man hoeft dan ook geen partneralimentatie te betalen.
Conclusie
Een alimentatiegerechtigde kan zich zodanig grievend gedragen dat het recht op alimentatie wordt verspeeld. Dit blijft echter zeer uitzonderlijk.
In zijn algemeenheid geldt dat een scheiding gepaard gaat met de nodige emoties en dat dit niet snel zal leiden tot een einde van een alimentatieplicht. Dit is alleen het geval als het om zeer grensoverschrijdend en ernstig grievend gedrag gaat.