Erhard Koekoek

Er staat bij bedrijfsovernames vaak druk op de ketel. Er ‘moet’ snel gehandeld worden. Maar een serieus risico is dat een goed due diligence daardoor ook nogal eens het onderspit ‘moet’ delven. Een goed voorbeeld is een recent overnamegeschil bij de rechtbank Rotterdam. Het ging om een aandelentransactie van een productiebedrijf dat zich bezig hield met stekken en halffabricaten voor tropische kamerplanten. Uiteindelijk was er wel een snelle transactie, maar in dezelfde snelheid volgden ook een faillissement én een slepende rechtsgang. Wat ging hier mis?

Vennootschap gekocht, geleverd én ...

De koper wist dat de exploitatie van het productiebedrijf verlieslatend was en dat er financiering nodig was. Er was vrees ontstaan dat gekwalificeerd personeel zou weglopen, omdat door verkoper al was medegedeeld dat een verhuizing aanstaande was. Wat volgde was een transactie in sneltreinvaart, neergelegd in een koopovereenkomst met garanties en vrijwaringen.

De adviseur van koper had nog gewaarschuwd dat moest worden voorkomen dat er later spreekwoordelijke lijken uit de kast zouden komen die grote schade aanrichten. Het dringende advies aan de koper om een gedegen financieel, fiscaal en juridisch due diligence te laten uitvoeren, werd echter in de wind geslagen.

Kort na de snelle overname moest koper echter constateren dat er toch een behoorlijk aantal lijken uit de kast vielen. De verkoper had aangegeven dat er met slechts één partij een geschil was. Al snel bleek echter dat er wel wat meer aan de hand was. Er waren met meerdere klanten geschillen.

Ook bleek zelfs een aanzienlijke claim van € 1.000.000,- te zijn van een derde. Opmerkelijk genoeg had verkoper in de week voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst nog gecorrespondeerd over deze claim, maar koper daarover dus niet geïnformeerd.

Verder bleken ook andere zaken nogal anders dan voorgesteld. De crediteurenstand bleek aanzienlijk hoger en de debiteurenstand bleek aanzienlijk lager dan was aangegeven. Met een contractspartij was zelfs één dag voor de ondertekening van de koopovereenkomst nog net een tariefsverhoging afgesproken met terugwerkende kracht, hetgeen ook leidde tot een vordering van die contractspartij. En zo waren er volgens koper nog wel aan aantal minder frisse zaken.

… failliet!

Nog geen drie maanden na de transactie werd door koper de balans opgemaakt. En het besluit was onvermijdelijk: voor de aangekochte vennootschap moest het faillissement worden aangevraagd. Een teleurstelling op zich.

Maar toen volgde ook nog een juridische strijd bij de rechtbank.    

Claim verkoper

Verkoper was namelijk boos, omdat hij zich geconfronteerd zag met tientallen werknemers, de curator en het UWV die bij hem verhaal kwamen halen. Door het faillissement waren – tegen de verwachting in – geen van de tientallen werknemers in dienst getreden bij de verkochte vennootschap.

De werknemers waren dus nog steeds in dienst bij verkoper en verkoper stelde hierdoor voor ruim 1,2 miljoen euro aan kosten te hebben gemaakt.

Daarvoor stelde hij de koper aansprakelijk, waarbij hij zich beriep op een afgesproken vrijwaringsbeding in de koopovereenkomst.

Daarnaast moest koper nog een aantal uitgestelde vorderingen voldoen en ook daar maakte verkoper aanspraak op.

Claim van koper

Koper was op zijn beurt eveneens boos. De gekochte vennootschap was nu failliet, maar aan de verkoper moest nog wel steeds voor € 650.000,- aan uitgestelde vorderingen worden betaald. Daar had koper geen trek in. Immers, de verkoper had hem bedrogen door te antwoorden dat er naast de problemen met slechts één partij, met niemand problemen waren. En mede daardoor was uiteindelijk het faillissement onontkoombaar.

De koper beriep zich op vernietiging van de koopovereenkomst.

Opvallend hier was ook dat in de – in alle snelheid getekende koopovereenkomst – niet het gebruikelijke beding was neergelegd dat er door partijen afstand wordt gedaan van het recht de koopovereenkomst te ontbinden en te vernietigen. Een groot risico voor verkoper, maar dit was uiteindelijk bij de notaris in de leveringsakte nog gerepareerd, zodat koper alsnog wel werd gehouden aan de inhoud van de leveringsakte, waarin alsnog stond dat vernietiging was uitgesloten.

Bewijslevering

Koper en verkoper stelden elkaar over en weer aansprakelijk, zodat de rechtbank aan zet was.

De rechtbank oordeelde op 28 januari 2026 dat als komt vast te staan dat koper opzettelijk onjuist is voorgelicht, omdat verkoper wist dat koper anders de koopovereenkomst niet zou aangaan, juridisch sprake is van bedrog (art. 3:44 lid 3 BW).

Wanneer een contractspartij willens en wetens een verkeerde voorstelling van zaken geeft en de overeenkomst onder invloed daarvan is gesloten, is deze overeenkomst dus toch wel vernietigbaar.

De koper is in deze zaak nu in de gelegenheid gesteld om het bewijs te gaan leveren dat verkoper opzettelijk in strijd met de waarheid heeft gezegd dat er geen problemen met andere klanten waren.

Kortom, een mislukte transactie, volop onzekerheid en een hoop gedoe, waar het laatste woord ook nog niet over gezegd is. De ‘snelheid’ is er inmiddels wel uit.

De les: doe degelijk due diligence!

 

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie