Richard van Baalen
Uitspraak RB Zeeland-West-Brabant d.d. 17 oktober Gemeenteraad Moerdijk / X (ECLI:NL:RBZWB:2025:6581)
Richard van Baalen
Uitspraak RB Zeeland-West-Brabant d.d. 17 oktober Gemeenteraad Moerdijk / X (ECLI:NL:RBZWB:2025:6581)
In deze zaak doet de rechtbank uitspraak over de door de gemeente Moerdijk gevraagde bekrachtiging van een onteigeningsbeschikking met betrekking tot vier percelen.
De gemeenteraad wil op de vier percelen een weg realiseren, en vraagt daarom om onteigening. Twee gebruikers van de percelen hebben bedenkingen ingediend tegen het verzoek om bekrachtiging omdat ze vinden dat de raad geen redelijke poging heeft gedaan om er minnelijk uit te komen.
De rechtbank toetst altijd of er voldaan is aan drie materiële voorwaarden (artikel 16.107 Omgevingswet), namelijk 1) of er voldoende belang bij de onteigening en of onteigening 2) noodzakelijk en 3) urgent is. Ook toetst de rechtbank of de juiste procedure is gevolgd. Dat is volgens de rechtbank niet volledig het geval in deze zaak omdat de gemeente niet alle stukken ter inzage had gelegd, maar dat leverde geen nadeel op voor de belanghebbenden bij de onteigeningsbeschikking. Over het belang is de rechtbank kort: dat is aanwezig, omdat de ontwikkeling van de percelen mogelijk is gemaakt in het bestemmingsplan.
De rechtbank toetst de noodzaak van de onteigening een stuk uitgebreider. Van twee percelen blijkt dat de raad deze inmiddels heeft aangekocht. Daarmee is er met betrekking tot die percelen geen noodzaak meer om de onteigening uit te spreken. Bij twee andere percelen is dat niet gelukt. De rechtbank beoordeelt vervolgens of de raad wel een redelijke poging heeft gedaan om de gronden minnelijk te kopen. Bij beide percelen heeft de raad meerdere biedingen neergelegd die reëel en serieus waren. De grondgebruikers gingen daar echter niet in mee. Zo wilden ze andere voorwaarden voor schadeloosstelling en betere ruilgronden.
De rechtbank oordeelt dat de raad een redelijke poging heeft gedaan om er minnelijk uit te komen. Daarmee is het nu noodzakelijk dat de grond via onteigening overgaat om de plannen van de raad te realiseren. Ook is de onteigening voldoende urgent omdat de raad de weg binnen drie jaar wil realiseren.
De rechtbank bekrachtigt de onteigeningsbeschikking voor de twee percelen die de gemeente nog niet had gekocht. De grondeigenaren konden daarna nog hoger beroep aantekenen.