Lisette Riezebos-Naberman


Wanneer een arbeidsovereenkomst onder druk komt te staan, is ontslag niet automatisch de eerste of enige stap. Er rust op werkgevers een herplaatsingsplicht. Dit betekent dat de werkgever moet starten met herplaatsingsinspanningen, zodra duidelijk wordt dat een arbeidsplaats komt te vervallen of een ontslaggrond zich aandient. Deze verplichting blijft nog steeds een belangrijk aandachtspunt. In deze blog wordt uiteengezet wat herplaatsing inhoudt en wat in de praktijk van werkgever en werknemer wordt verwacht.

Wat wordt er van werkgever verwacht?

De herplaatsingsplicht is vastgelegd in artikel 7:669 BW en houdt in dat een werkgever moet onderzoeken of de werknemer binnen een redelijke termijn kan worden herplaatst in een andere passende functie, eventueel met behulp van scholing. Het gaat nadrukkelijk om een inspanningsverplichting en niet om een resultaatsverplichting. Met andere woorden: van een werkgever wordt verwacht dat hij zich actief inspant om de werknemer te herplaatsen. Dat wil echter niet zeggen dat herplaatsing altijd mogelijk is. Bij de vraag of herplaatsing in een passende functie al dan niet mogelijk is, moet worden nagegaan of de functie aansluit bij de opleiding, ervaring en capaciteiten van de werknemer.

De rechtspraak laat zien dat het gesprek tussen werkgever en werknemer over de mogelijkheid tot herplaatsing een belangrijk onderdeel is van de herplaatsingsverplichting. Toch wordt dit gesprek in de praktijk nog vaak niet gevoerd. Een werkgever neemt dan bijvoorbeeld zonder overleg aan dat een werknemer niet bereid is een lager salaris te accepteren of in het buitenland te werken. Het ontbreken van een herplaatsingsgesprek of het uitgaan van dergelijke aannames, leidt in de rechtspraak regelmatig tot het oordeel dat de werkgever niet heeft voldaan aan haar inspanningsverplichting.

Uit een uitspraak van de rechtbank Limburg volgt dat bij de beoordeling of een werknemer geschikt is voor een passende functie, gebruik kan worden gemaakt van een assessment. In de betreffende zaak had de werknemer drie functies aangedragen waarvoor hij in aanmerking wenste te komen. De werkgever stelde zich op het standpunt dat deze functies niet passend waren, omdat het directorsfuncties betrof en de werknemer niet over het vereiste niveau en de benodigde ervaring zou beschikken. De rechter overwoog echter dat de werkgever door middel van een onafhankelijk assessment had kunnen laten beoordelen in hoeverre de werknemer geschikt zou zijn voor de aangedragen functies. Door dit na te laten, heeft de werkgever naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende aan de herplaatsingsverplichting voldaan.

Wat wordt er van werknemer verwacht?

Van de werknemer wordt een actieve houding verwacht bij herplaatsing. Dit betekent dat hij redelijke voorstellen tot herplaatsing moet overwegen en in gesprek moet gaan met de werkgever als hij een aangeboden functie wil weigeren. Het enkel zonder overleg weigeren van een passende functie kan onder omstandigheden worden gezien als verwijtbaar of zelfs ernstig verwijtbaar gedrag, met gevolgen voor het dienstverband en het recht op transitievergoeding. Redelijke gronden voor weigering, zoals reistijd, functie-inhoud of gezondheid, kunnen dit echter rechtvaardigen, mits de werknemer hierover het gesprek aangaat met de werkgever.

Tot slot

Om discussies achteraf te voorkomen, is het raadzaam om met de werknemer in gesprek te gaan over herplaatsingsmogelijkheden en dit gesprek vast te leggen, met name wanneer niet direct duidelijk is of herplaatsing mogelijk is. Van de werkgever wordt vervolgens verwacht dat hij actief opvolging geeft aan dit gesprek; het initiatief kan niet uitsluitend bij de werknemer worden gelegd.

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie

Expertises