Richard van Baalen


Uitspraak RB Oost-Brabant d.d. 10 oktober 2025 X / Gemeenteraad Vught (ECLI:NL:RBOBR:2025:6266.

Bij het vestigen van een voorkeursrecht moet de overheid ook individuele belangen wegen. Omdat de gemeente Vught dat niet op ieder onderdeel correct doet, vernietigt de rechtbank die besluiten.

In deze zaak doet de rechtbank uitspraak over het vestigen van een voorkeursrecht op een aantal percelen door de raad van de gemeente Vught, ten behoeve van het opwekken van zonne-energie. De eisers zijn eigenaren van die percelen en stellen dat het voorkeursrecht onterecht op hun percelen is gevestigd.

Volgens de eisers heeft de raad een aantal essentiële zaken niet meegewogen in hun besluit. Ze vinden dat het besluit te vroeg is genomen, het plan voor zonne-energie niet uitvoerbaar is vanwege landelijke regelgeving en netcongestie. Ook stellen zij dat de gemeente geen rekening houdt met hun individuele (woon)belangen. Ook heeft de raad zelf als uitgangspunt genomen dat er geen zonnepark mag komen binnen 30m van een woning. Toch zijn er gronden aangewezen waarop ook een woning staat.

De raad verweert zich door te stellen dat het voorkeursrecht in dit stadium gevestigd moest worden, omdat hij regie wil houden op de situatie en grondspeculatie wil voorkomen. Ook is het volgens de raad helemaal niet nodig om alle individuele belangen expliciet af te wegen.

De rechtbank gaat gedeeltelijk mee met het verweer van de raad. Het voorkeursrecht is niet te vroeg gevestigd, omdat het juist een kenmerk is van het voorkeursrecht dat het in een vroeg stadium ingezet kan worden. De rechtbank snapt dat de raad regie wil nemen en grondspeculatie wil voorkomen. Ook de eis over de uitvoerbaarheid wijst de rechtbank af. Landelijke en provinciale regelgeving kan altijd nog wijzigen waardoor er toch meer ruimte komt voor zonneparken.

De rechtbank geeft de eisers echter deels gelijk omdat de raad geen, althans onvoldoende rekening houdt met particuliere belangen. De raad heeft zich niet aan zijn eigen eisen gehouden door gronden aan te wijzen die binnen 30 meter van een woning vallen. Ook heeft de gemeenteraad over het hoofd gezien dat een van de gebouwen die onder het voorkeursrecht gebracht zijn als woning wordt gebruikt, terwijl de gemeenteraad bepaald had dat woningen in beginsel mogen blijven staan. De rechtbank oordeelt daarom dat het besluit niet zorgvuldig is voorbereid en niet goed is gemotiveerd.

Het besluit wordt vernietigd en de raad moet opnieuw een beslissing nemen.

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie

Expertises