De voorgeschiedenis
Op 27 december 1995 overlijdt de vader van de partijen. Hij laat zijn kinderen een agrarisch bedrijf na met 30 ha land. De eiser en gedaagde nummer vijf kochten samen de gebouwen en hebben het agrarische bedrijf voorgezet. De percelen land zijn niet verdeeld en blijven dus in de boedel. Gedaagde nummer vier heeft het beheer gekregen over de boedel.
Op 7 juni 1996 is vervolgens een pachtovereenkomst voor de 30 hectare in de boedel gesloten tussen de erfgenamen van de vader en gedaagde nummer vijf die samen met de eiser het agrarische bedrijf beheerde. Door de loop van de jaren ontstonden er wat wrijvingen, zoals te late pachtbetalingen door gedaagde nummer vijf aan de erfgenamen.
Op 25 februari 2023 heeft overleg plaatsgevonden tussen de pachter (gedaagde nummer vijf) en de rest van de erfgenamen. De eiser was daarbij niet aanwezig. Onderwerp van gesprek was de vraag of indeplaatsstelling zou mogen plaatsvinden van de zoon van gedaagde nummer vijf (in geding gedaagde nummer één) in plaats van gedaagde nummer vijf. De aanwezigen hebben daarmee ingestemd, waarbij gedaagde sub drie de kanttekening plaatste dat eiser wel betrokken moest worden.
Op 4 april 2023 wordt een pachtwijzigingsovereenkomst ondertekend waarin de indeplaatsstelling geregeld wordt. Gedaagde nummer vijf is pachter af en zijn zoon (gedaagde nummer één) is pachter geworden. Althans, dat denken ze.
Het geschil
Eiser is het daar helemaal niet mee eens en stapt naar de rechter. Hij stelt dat hij nooit goedkeuring heeft gegeven voor de indeplaatsstelling van zijn neef. Gedaagde nummer vier zou ten onrechte als boedelgevolmachtigde voor hem getekend hebben. Gedaagde nummer vijf stelt een tegenvordering in waarbij hij de rechter vraagt om alsnog zijn zoon voor hem in de plaats te stellen, mocht de originele indeplaatsstelling niet rechtsgeldig zijn.
Het oordeel
De rechter geeft eiser gelijk. Omdat hij had laten weten dat hij gedaagde nummer vier niet meer erkende als boedelgevolmachtigde had deze niet namens hem mogen tekenen. De ‘onderlinge’ indeplaatsstelling is dus niet geldig. Gedaagde nummer vijf blijft pachter.
Daarmee is de kous niet af. De rechter oordeelt ook dat gedaagde nummer één (de zoon) in de plaats gesteld mag worden van gedaagde nummer vijf. Artikel 7:363 BW biedt daar de mogelijkheid voor. De pachter moet dan wel voldoende waarborgen voor een behoorlijke bedrijfsvoering bieden (lid 5). De eiser maakt zich geen zorgen over de landbouwachtergrond van gedaagde nummer één maar beroept zich op overige omstandigheden die indeplaatsstelling onmogelijk maken. Zo zou de pachter al jaren wanprestatie plegen door regelmatig niet te betalen. Ook voelt eiser zich respectloos behandeld en misleid.
De rechter wijst deze argumenten af. De wanbetaling vond slechts gedurende een korte periode plaats en de pacht wordt nu tijdig betaald. Voor het overige oordeelt de rechter dat de eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij respectloos wordt behandeld. Volgens de rechter lijkt dit vooral ingegeven te zijn door de gespannen familieverhoudingen tussen eiser en de gedaagden. Omdat de overige erfgenamen geen bezwaar hebben tegen indeplaatsstelling is dit dan ook onvoldoende. De eiser trekt dus alsnog aan het kortste eind.
Deze rechtszaak is nog niet geëindigd. Twee gedaagden vatten de koe bij de hoorns en vorderden verdeling van de onverdeelde boedel. De pachtrechter gaat daar niet over en verwijst de zaak door naar een andere rechter. De eisende partij is er dus ook nog niet klaar mee.
Conclusie
Indeplaatsstelling van een echtgenoot/kind die een ‘goeie boer’ is, is moeilijk tegen te houden. Maar het gaat om álle pachtaspecten, dus ook de omgang met de verpachter en betalingsgedrag zijn van belang. De verpachter doet er dus goed aan om zich niet zomaar neer te leggen bij een voorgestelde indeplaatsstelling.
Als u vragen heeft over indeplaatsstelling en alles wat daarbij komt kijken kunt u contact opnemen met ons kantoor. Ik begeleid u graag, zowel als u in de plaats gesteld wilt worden als wanneer u de verpachter bent.
Uitspraak Rechtbank Noord-Nederland d.d. 4 maart 2025
ECLI:NL:RBNNE:2025:5918