Pieter van Hartingsveldt

Tegenover collega’s en cliënten in het buitenland schep ik altijd op over het Nederlandse systeem van conservatoire beslaglegging. Daar waar het in omliggende landen, bijvoorbeeld in België of Duitsland, vrijwel onmogelijk is, is het in Nederland relatief eenvoudig om conservatoir beslag te leggen – zonder hoor en wederhoor en met een globale toetsing door de rechter. Dat maakt het een effectief middel om openstaande vorderingen te incasseren: niet zelden leidt beslaglegging door de schuldeiser tot een snelle betaling van de openstaande vordering, zo is mijn ervaring. Wanbetalers worden zo tot een snelle betaling bewogen. Dat voorkomt verdere, onnodige juridische kosten en leidt vaak tot een snelle afhandeling van een incassodossier.

Beslag als pressiemiddel

Maar juist die lage drempel maakt het middel ook kwetsbaar voor misbruik: beslag kan worden ingezet als drukmiddel, met ingrijpende gevolgen voor de beslagene.

Onlangs voerde ik namens een middelgrote onderneming een procedure in kort geding ter opheffing van het door een consument gelegde conservatoir beslag, met als gevolg dat miljoenen aan banktegoeden waren bevroren en de onderneming praktisch stil kwam te liggen. Dit beslag was volstrekt onnodig: het ging hier om een zeer gezonde en groeiende onderneming die de vordering – als deze al komt vast te staan – eenvoudig kan betalen. Het leggen van beslag was dus helemaal niet nodig: de consument had gewoon een procedure aanhangig kunnen maken om zijn vermeende vordering aan de rechtbank voor te leggen. De consument koos echter voor de route van beslaglegging. 

De wettelijke gronden voor opheffing van conservatoir beslag (art. 705 lid 2 Rv)

Volgens artikel 705 lid 2 Rv zijn er diverse omstandigheden op grond waarvan een gelegd beslag door de rechter kan worden opgeheven, namelijk (1) het verzuimen van vormen (bijvoorbeeld onjuiste procedurele stappen in de verlofaanvraag) en (2) het summierlijk blijken van de ondeugdelijkheid van de vordering en (3) het summierlijk blijken van het onnodige van het beslag en (4) het stellen van voldoende zekerheid voor de vermeende vordering. Een verzoek tot opheffing van het beslag gebeurt doorgaans in een kortgedingprocedure.

Jurisprudentie waarbij een conservatoir beslag wordt opgeheven op grond van de derde opheffingsgrond, namelijk de onnodigheid van het gelegde beslag, is vooralsnog niet voorhanden (althans: niet gepubliceerd), zo ontdekte ik in voorbereiding op deze procedure.

Beslag opgeheven wegens onnodigheid

Extra mooi om daarom een duidelijk vonnis te ontvangen waarin het beslag door de voorzieningenrechter per direct werd opgeheven op grond van de onnodigheid daarvan. De voorzieningenrechter overwoog: “De voorzieningenrechter is van oordeel dat het beslag onnodig is gelegd. Ter zitting is gebleken dat beslagene een middelgrote onderneming is die voldoende verhaal biedt. Ten onrechte heeft beslaglegger in het beslagrekest gesteld dat hij gegronde vrees heeft dat verhaal zonder het leggen van, zelfs repeterend, beslag niet mogelijk zal zijn.”

Tijdig juridisch advies loont

Hoewel het middel van beslaglegging dus een effectief instrument kan zijn om vorderingen snel voldaan te krijgen, dient het instrument niet lichtzinnig te worden gebruikt. Verder laat dit vonnis zien dat, indien u(w onderneming) geconfronteerd wordt met beslaglegging, het raadzaam is om een advocaat te raadplegen om te bezien of er gronden zijn om het beslag op te heffen.

Wordt u geconfronteerd met beslaglegging? In de onzekerheid die dit met zich meebrengt, heeft u behoefte aan een advocaat die rustig meekijkt en u adviseert over de (on)mogelijkheden. Neem dan ook vrijblijvend contact op met ondergetekende om te zien wat ik voor u kan betekenen. De uitspraak is hier terug te lezen.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:5188

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie

Expertises