Bas Hengstmengel

7 min.

Op de meeste medewerkers van scholen in het primair onderwijs is de Cao Primair Onderwijs (Cao PO) van toepassing. Dat is echter geen natuurnoodzakelijkheid, maar berust op een keuze. Die keuze bestaat uit lidmaatschap van de PO Raad door de werkgever of het in de arbeidsovereenkomst van toepassing verklaren van de Cao PO (‘incorporatie’). De derde manier van binding, algemeen verbindend verklaring door de Minister van SZW, is in het primair onderwijs niet van toepassing. Resteren dus lidmaatschap en incorporatie als wijzen van binding. Omdat de meeste scholen (schoolbesturen) lid zijn van de PO Raad, zijn de meeste scholen op die grond gehouden de Cao PO integraal toe te passen. Scholen van bijzonder onderwijs kunnen echter op sommige onderdelen, die raken aan hun levens- en wereldbeschouwing, de wens hebben van deze cao af te wijken. Welke mogelijkheden zijn er? Om dat scherp te krijgen, is het goed allereerst enkele bijzonderheden van het cao-recht en de Cao PO te schetsen.

Afwijking ‘bij cao’

Doorgaans wordt een cao integraal toegepast. Een cao is immers een samenhangend document, waarin de belangen van werkgever en werknemers zijn geborgd. Toepassing van een cao voorkomt dat met iedere werknemer individueel moet worden onderhandeld over alle arbeidsvoorwaarden. Toch is het mogelijk om, indien er geen binding is via lidmaatschap, slechts een deel van een cao van toepassing te verklaren. Bijvoorbeeld alleen de financiële regelingen. Sommige bepalingen mogen in dat geval echter niet worden toegepast. Het betreft de bepalingen die afwijken van zogenoemd ‘driekwart dwingend recht’. Dat betreft bepalingen waarin van de wet wordt afgeweken en waarbij de wet die mogelijkheid alleen biedt voor zover die afwijking gebeurt ‘bij cao’. Dat afwijken mag alleen wanneer de cao integraal wordt toegepast door een werkgever die onder de ‘werkingssfeer’ (het toepassingsbereik) van de cao valt. Een bekend voorbeeld van dergelijke bepalingen is de zogenoemde ‘ketenregeling’ voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd: standaard kan een werkgever maximaal drie tijdelijke contracten aanbieden in maximaal drie jaar. Een vierde contract of een nieuw contract na drie jaar leidt tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, tenzij sprake is van een onderbreking van tenminste zes maanden. Van deze wettelijke standaard mag alleen worden afgeweken ‘bij cao’. In de Cao PO gebeurt dat bijvoorbeeld voor ‘werkzaamheden van kennelijk tijdelijke aard’, voor vervangingswerkzaamheden, voor de zij-instromer en voor de Leraar in opleiding (LIO) en Onderwijsassistent in opleiding (OIO).

Minimumbepalingen

Veel bepalingen van de Cao PO hebben een zogenoemd ‘minimumkarakter’, zodat niet ten nadele, maar wel ten voordele van de werknemer mag worden afgeweken. Andere bepalingen zijn zogenoemde ‘standaardbepalingen’ waarvan afwijking niet is toegestaan, met uitzondering van die bepalingen waarin is aangegeven dat alleen in overleg met de PGMR mag worden afgeweken. Verder mag een school die gebonden is aan de Cao PO naast de cao eigen regelingen hanteren of afspraken maken in individuele arbeidsovereenkomsten, zolang deze maar niet strijdig zijn met de cao of ten nadele van de werknemer afwijken van de cao. Zo is het voor scholen van bijzonder onderwijs bijvoorbeeld prima mogelijk om naast de cao aanvullende, identiteitsgebonden functie-eisen overeen te komen of (voor Reformatorische scholen) om bid- en dankdagen te verankeren in een regeling of in individuele arbeidsovereenkomsten.

Cao Reformatorisch Primair Onderwijs

Een voor Reformatorische scholen relevante afwijkingsmogelijkheid van de Cao PO wordt in die cao zelf gegeven in het werkingssfeerartikel (art. 1.4). In dat artikel is een bepaling opgenomen waarmee op een aantal punten dispensatie (vrijstelling)  wordt verleend aan de scholen die lid zijn van de VGS en die de Cao Reformatorisch Primair Onderwijs (Cao RPO), gesloten tussen VGS en RMU, toepassen: “Cao-partijen zijn met VGS en RMU overeengekomen dat de inhoud van voornoemde bepalingen in de cao reformatorisch primair onderwijs wordt uitgewerkt met inachtneming van de identiteit van de scholen die lid zijn van de VGS”, zo schrijven de partijen bij de Cao PO.

Reformatorische scholen die niet de Cao PO willen toepassen, maar ook niet de Cao RPO zullen niet alleen geen lid moeten zijn van de PO Raad, maar ook niet van de VGS. Lidmaatschap van de VGS brengt immers de verplichting met zich de Cao RPO toe te passen, die gekoppeld is aan de Cao PO.

Een andere optie is dat deze scholen, verenigd in een eigen werkgeversorganisatie, een eigen dispensatie overeenkomen met partijen bij de Cao PO en partijen bij de Cao RPO. Of die dispensatie verleend wordt, is een kwestie van politiek in de onderwijspolder. Het hebben van een eigen cao zal vermoedelijk essentieel zijn. Die dispensatie kan overigens gevraagd worden voor de hele Cao PO en RPO of specifieke onderdelen daarvan. Bij dispensatie voor de hele cao is het uiteraard praktischer er voor te kiezen geen lid te zijn van de PO Raad en VGS en specifieke dienstverlening van deze organisaties elders in te kopen.

Identiteitscommissie

De Cao RPO is geen omvattende cao, maar regelt een aantal onderwerpen in afwijking van de Cao PO. Zo kent de cao een ‘leer-levenbepaling’ en een (daarmee samenhangende) identiteitscommissie voor ontslag op gronden die gelegen zijn in “handelen of nalaten van de werknemer dat onverenigbaar is met de uit de godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag voortvloeiende identiteit van de desbetreffende school of instelling”.

De mogelijkheid tot instelling van een identiteitscommissie staat overigens los van de Cao RPO en berust op een wettelijke regeling (om precies te zijn: artikel. 7:671 lid 1 sub h BW). De enige eis die aan een dergelijke commissie gesteld wordt, is dat deze onafhankelijk en onpartijdig van de werkgever is. Ook bij lidmaatschap van de PO Raad en bij toepassing van de Cao PO zonder binding aan de Cao RPO kan dus gebruik gemaakt worden van een dergelijke commissie. Dat geldt voor ieder bijzondere school die uitgaat van een voldoende af te bakenen en voldoende consequent en concreet vormgegeven levens- en wereldbeschouwing.

Overigens kunnen de bepalingen van de Cao RPO in theorie ook in de arbeidsovereenkomst van toepassing worden verklaard door scholen die geen lid zijn van de PO Raad én geen lid zijn van de VGS. Het is echter onwaarschijnlijk dat de betrokken partijen toestemming verlenen voor het gebruikmaken van de diensten van de VGS/RMU-identiteitscommissie. Beter is het dan de relevante cao-bepalingen over te nemen in een eigen cao of in de arbeidsovereenkomsten en te voorzien in een eigen identiteitscommissie.

Medezeggenschap en geschillenregeling

Behalve de ‘leer-levenbepaling’ en de identiteitscommissie geeft de Cao RPO een eigen regeling van medezeggenschap en een eigen geschillenregeling. Deze houdt in dat de Cao RPO maakt gebruik van de mogelijkheid die de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) biedt: het omzetten van instemmingsrechten in adviesrechten. Ook kent de cao een eigen Commissie voor Geschillen DGO, maar geen eigen Commissie van Beroep (voor geschillen met werknemers).

Denkbaar is dat met werknemers in de individuele arbeidsovereenkomst wordt overeengekomen dat een geschil niet wordt voorgelegd aan de Commissie van Beroep (een vrijwillige route), maar aan de eigen Commissie voor Geschillen DGO. Indien werknemers echter toch de cao-route naar de Commissie van Beroep volgen, is de uitspraak van de Commissie van Beroep toch bindend indien de werkgever gebonden is aan de cao.

Eigen cao

Scholen die geen lid zijn van de PO Raad hebben ook de mogelijkheid om een eigen cao af te sluiten. Zij zullen zich dan wel moeten verenigen tot een werkgeversorganisatie en een werknemersorganisatie bereid moeten vinden de cao te sluiten. Een werknemersorganisatie kan ook met dit doel opgericht worden, zolang de bevoegdheid tot het sluiten van cao’s maar in de statuten geregeld is. Een grotere scholenkoepel zou ook kunnen overwegen een eigen arbeidsvoorwaarden regeling af te spreken.

Afsluitend

Scholen van bijzonder onderwijs hebben dus best wel wat mogelijkheden om op cao-gebied een eigen koers te varen. Dat vraagt maatwerk, toegespitst op de specifieke situatie en wensen, en strategische keuzes wat betreft lidmaatschappen. Sommige kwesties kunnen ook buiten de cao om geregeld worden. Er is vaak meer mogelijk dan gedacht. Het is verstandig daar advies voor in te winnen.

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie

Expertises