Leendert Krijgsman

Wie op zoek gaat naar de uitgangspunten van mediation, komt al gauw de woorden ‘vertrouwelijkheid’ en ‘vrijwilligheid’ tegen. Het principe van vertrouwelijkheid moet bevorderen dat partijen zich tijdens de mediation vrij kunnen uitlaten, zonder dat hetgeen zij zeggen later ‘tegen hen wordt gebruikt’. Het beginsel van vertrouwelijkheid is in de praktijk tamelijk helder: de verplichting tot geheimhouding omvat alles wat wordt uitgewisseld, zowel mondeling als per e-mail, en heeft betrekking op standpunten, voorstellen, enzovoort.

Vrijwillig?

Het beginsel van vrijwilligheid is minder duidelijk. Al heel lang wordt het onderscheid gemaakt tussen vrijwilligheid en vrijblijvendheid. Wie aan een mediation deelneemt, wordt geacht dat niet ‘voor de bühne’ te doen, maar zich serieus in te spannen om het geschil op te lossen.

Maar ook het antwoord op de vraag of een werkgever en een werknemer überhaupt bereid zijn te starten met een mediaton, is niet vrijblijvend. Dat bleek vorig jaar nog in een gerechtelijke procedure bij de Rechtbank Limburg1. Een arbeidsongeschikte werknemer weigerde mee te werken aan mediation, waarna door de werkgever een loonstop werd toegepast. De werknemer vorderde vervolgens loondoorbetaling. In de gerechtelijke procedure stond de vraag centraal of van werknemer “in redelijkheid deelname aan mediation kon worden gevraagd”.

Kernelementen mediation

De kantonrechter zet in het vonnis het kader uiteen: “Twee kernelementen zijn wezenlijk voor mediation: (1) de vrijwilligheid daaraan deel te nemen en (2) de vertrouwelijkheid van het proces dat partijen doorlopen.” Deelname aan mediation is dus vrijwillig. Tóch oordeelt dezelfde rechter dat de loonstop in stand mag blijven.

Bereidheid

In betreffende situatie bevonden partijen zich in een impasse. En het advies van de bedrijfsarts was om “concrete plannen voor het laatste stukje van de re-integratie en de toekomst te maken, zo nodig met behulp van een derde onafhankelijke partij zoals een mediator”. De bedrijfsarts verwachtte ook dat de mate van arbeidsongeschiktheid zou afnemen als er duidelijkheid over de toekomst zou ontstaan.

De rechter oordeelde dat de werkgever in de gegeven omstandigheden van de werknemer mocht verwachten dat deze “in ieder geval bereid was te onderzoeken of mediation een mogelijkheid tot oplossing van het gerezen geschil was”. Die bereidheid had werknemer niet gehad. En dus bleef de loonstop in stand.

Ten slotte

Het oordeel van de rechter is mijns inziens goed te begrijpen. Als dit de lijn in de rechtspraak wordt/blijft, is het echter wel de vraag wat er van het beginsel van vrijwilligheid, wat altijd een belangrijke pijler van mediation was, overblijft.


1 ECLI:NL:RBLIM:2025:3427

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie

Expertises