Jarenlang gebruik zonder schriftelijk contract
Eiser stelt dat hij al jaren een perceel grasland van ruim 1,58 hectare in gebruik heeft. Daarover heeft hij destijds mondeling afspraken gemaakt met de zoon van de inmiddels overleden erflater. Eerst zou hij ‘betalen’ door jaarlijks een vleespakket te verzorgen. Na 2015 zou dit gebruik met goedkeuring van de erflater zelf zijn voortgezet, eerst tegen contante betaling en vanaf 2024 per bank. Het overlijden van de erflater, brengt de zaak in beweging. De erfgenamen storten de betalingen terug en halen zonder medeweten van de eiser de eerste grassnede van het perceel. Een aanmaning om het perceel weer ter beschikking te stellen wordt genegeerd. Eiser stapt naar de pachtkamer.
Kern van het geschil
De kern van het geschil is of tussen eiser en de erflater een pachtovereenkomst bestond in de zin van artikel 7:311 BW. Een pachtovereenkomst mag mondeling aangegaan worden. Voor pacht is wilsovereenstemming tussen partijen vereist, en die betwisten de erfgenamen uitdrukkelijk. Zij stellen dat de zoon, die niet zelf eigenaar was, helemaal niet bevoegd was om in 2004/2005 een pachtovereenkomst aan te gaan, en dat de erflater een verzoek om een schriftelijk pachtcontract in 2022 uitdrukkelijk heeft afgewezen. Verder zouden de bankoverschrijvingen eenzijdig door eiser zijn verricht en zou eiser de percelen zonder toestemming van de eigenaar op eigen naam bij de RVO hebben geregistreerd.
Het oordeel: pachtovereenkomst niet op voorhand aannemelijk
Het valt de pachtkamer op dat eiser wel stelt dat hij het perceel jarenlang bij de RVO heeft opgegeven, maar dat hij slechts de gecombineerde opgave over 2020 heeft overgelegd. Daarnaast zijn de in 2024 en 2025 betaalde bedragen niet dezelfde. Bij de uiteindelijke belangenafweging weegt ook mee dat eiser niet heeft onderbouwd dat zijn bedrijfsvoering in gevaar komt: onweersproken staat vast dat hij elders over 30 tot 40 hectare grond beschikt en dat hij die omschakelt naar akkerbouw met vleesveetak.
De pachtkamer oordeelt dat de vraag of sprake is van een pachtovereenkomst nader onderzoek vergt, bijvoorbeeld door middel van getuigenverhoren, en dat een kort geding zich daar niet voor leent. De pachtkamer wijst de vordering van eiser af.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Deze uitspraak laat zien dat een langdurig feitelijk gebruik van grond, zelfs gecombineerd met betalingen en RVO-registraties, inclusief het ‘betalen’ van een tegenprestatie niet automatisch tot een pachtovereenkomst leidt. Mogelijk zou dit bij een bodemprocedure anders worden. Deze uitspraak laat zien dat het van groot belang is om gebruikssituaties duidelijk schriftelijk vast te leggen. Anders kan er onduidelijkheid ontstaat over gemaakte afspraken, bijvoorbeeld bij het overlijden van één van de partijen.
Heeft u te maken met een situatie waarin onduidelijk is of sprake is van een pachtovereenkomst en heeft u daar vragen over? Aarzel niet om contact op te nemen voor een gepast advies.
Uitspraak Rechtbank Gelderland (pachtkamer, zittingsplaats Zutphen) d.d. 2 juli 2026 ECLI:NL:RBGEL:2026:5970