Richard van Baalen

In het voorjaar van 2025 dient een aantal partijen een handhavingsverzoek in bij de gemeente Westerveld. Op zestien percelen in die gemeente worden gewasbeschermingsmiddelen gebruikt bij het telen van sierbloemen, vooral lelies en tulpen. Het telen van lelies ligt al lange tijd onder vuur vanwege de benodigde hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen. De verzoekers willen dat de gemeente op grond van artikel 2.11 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) handhavend optreedt tegen het gebruik van de gewasbeschermingsmiddelen en het gebruik van deze middelen daarmee verbiedt. Dat artikel regelt dat degene die milieubelastende activiteiten verricht alle maatregelen moet nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om gevolgen van zijn handelen te voorkomen, als hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat er nadelige gevolgen optreden. Dit wordt ook wel de specifieke zorgplicht genoemd.

Verzoek om handhaving afgewezen

De gemeente wijst het handhavingsverzoek af met als reden dat het enkele gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet per definitie betekent dat niet voldaan wordt aan de specifieke zorgplicht. Volgens de gemeente moet het eerst voor de overtreder onmiskenbaar duidelijk zijn dat hij een regel overtreedt. De eisers zijn het daar niet mee eens en gaan in beroep bij de rechtbank.

Geen strijd met de zorgplicht

De rechtbank geeft de eisers gelijk, maar niet omdat het gebruik van de gewasbeschermingsmiddelen in strijd zou zijn met de specifieke zorgplicht. Het gaat volgens de rechtbank te ver om te stellen dat het enkele gebruik van gewasbeschermingsmiddelen illegaal is. Dat is pas zo als sprake is van onmiskenbaar handelen in strijd met de zorgplicht en de degene die dat doet moet redelijkerwijs kunnen weten dat hij de wet overtreedt. Het is in dit geval niet zo is dat er onmiskenbaar sprake is van handelen in strijd met de specifieke zorgplicht voor gewasbeschermingsmiddelen.

Wel strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel

De rechtbank oordeelt echter wel dat de gemeente niet zorgvuldig genoeg heeft onderzocht of telers de wet overtreden. Volgens de gemeente was dat niet nodig, omdat het handhavingsverzoek gericht was op een algeheel verbod op gewasbeschermingsmiddelen. Onderzoek naar specifieke gewasbeschermingsmiddelen en hoeveelheden was zodoende overbodig. De rechtbank gaat daar niet in mee en oordeelt dat de gemeente feiten had moeten onderzoeken. Mogelijk zou de cumulatie van gewasbeschermingsmiddelen in combinatie met afstand tot kwetsbare objecten wel kunnen leiden tot overtreding van de zorgplicht.

De gemeente moet daarom terug naar de tekentafel en het handhavingsverzoek opnieuw beoordelen en deze keer wel goed onderzoeken of de zorgplicht wel of niet geschonden wordt.

Wat betekent dit?

Deze uitspraak is door sommigen ontvangen als winst omdat alle gemeenten nu moeten onderzoeken of telers teveel spuitmiddelen toepassen. Dat is niet zo, omdat slechts bij uitzondering een handhavingsverzoek wordt ingediend. Dat deze gemeente niet zorgvuldig genoeg heeft gehandeld, heeft niets te maken met de zorgplicht die de telers hebben.

Daarnaast is het zo dat strijd met een algemene zorgplicht zelden wordt vastgesteld. Dat heeft te maken met het vage karakter van de zorgplicht. Strijd met een specifieke zorgplicht wordt evenmin snel aangenomen: die plicht is weliswaar duidelijker maar daar vormt het ‘onmiskenbaarheidsvereiste’ een hoge drempel. Bovendien is het niet zo dat een gemeente die schending van een zorgplicht vaststelt direct feitelijk ingrijpt. Het is ook mogelijk om maatwerkvoorschriften op te leggen en dat is bij zorgplichten meestal de aangewezen route. Daarbij heeft de gemeente dan weer beleidsvrijheid, die een rechter niet zomaar zal aantasten.

Tip

Wordt u geconfronteerd met klachten rondom het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen / bestrijdingsmiddelen? Ga niet over één nacht ijs en zorg voor een behoorlijk dossier. Het is niet voor niets dat de wetgever zich nog beraadt op regelgeving omtrent gewasbeschermingsmiddelen en spuitzones. Wij kunnen u hierbij van dienst zijn.

Uitspraak Rechtbank Noord-Nederland d.d. 30 maart 2026, X / Gemeente Westerveld

ECLI:NL:RBNNE:2026:1051

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie

Expertises