Artikel 'Griep als rampoefening' in het Nederlands Dagblad door mr J.W.A. van Dommelen
15 Januari 2010
Als Minister Klink bij de eindejaarsborrel op zijn Ministerie van Volksgezondheid zou moeten zeggen wat hem dit jaar het meest heeft bezig gehouden, zal dat ongetwijfeld de Mexicaanse griep zijn.
Hoewel -achteraf- gesproken wordt over een milde epidemie, had de aanpak van de griep in de afgelopen maanden alles van een serieuze en moderne rampbestrijding. Een website met actuele grafieken, kaarten en aanwijzingen, massale centrale inkoop van vaccins, bijna dagelijkse beelden van sporthallen vol huilende kinderen en bomvolle huisartsenpraktijken waar de mensen in rijen voor de deur staan.
De griep als een -tot op heden- vriendelijke vijand.
Wet Publieke Gezondheid
De Wet Publieke Gezondheid is het scharnier waarop deze indrukwekkende rampen-organisatie draait. Want zodra door de regering een infectieziekte is aangemerkt als een ziekte die behoort tot de zwaarste categorie, namelijk groep A, zwaait de wettelijke deur open naar allerlei bevoegdheden die de regering en met name de Minister van Volksgezondheid ten dienste staan. Is in gewone tijden de infectiebestrijding een taak van de burgemeester, ondersteund door de GGD, bij een epidemie wordt de Minster de baas. Hij moet en mag als stuurman van het land allerlei maatregelen nemen om de griep het hoofd te bieden. De tijdelijke bevoegdheden van een Minister gaan dan ver.
Zo coördineert hij dwangmaatregelen die burgemeesters kunnen nemen, zoals bijvoorbeeld isolatie, quarantaine en medisch toezicht. Maar ook het verbod om gebruik te maken van vervoermiddelen. Heel concreet kunnen huizen, bedrijven, scholen en crèches door de overheid gesloten worden. Kerken vallen daar volgens de wet overigens buiten. Verder kan de overheid gezagvoerders van schepen en vliegtuigen die internationaal reizen maken, dwingen zich voor aankomst te melden bij de verkeersleiding van de [lucht]haven. Daarnaast kan de Minister op grond van deze wet regels stellen over de verdeling van vaccins en therapeutische pharmaproducten als deze beperkt beschikbaar zijn.
Artsen
Om een griepepidemie te bestrijden, moet je als Minister over betrouwbare en actuele ziektegegevens beschikken. Daarom stelt de Wet publieke gezondheid een meldings-plicht in voor artsen die alle nieuwe gevallen aan de GGD moeten melden. Daarbij gaat het weliswaar niet om het doorgeven van de naam van de patiënt, maar een wettelijke doorbreking van het beroepsgeheim is het wel.
Bijzonder is ook dat de Minister zich zelfs op het bevoegdheidsterrein van artsen begaf toen hij enkele weken geleden voorschreef aan ‘zijn’ huisartsen aan wie zij de prik moesten gaan geven en aan wie niet. Hij durfde het zelfs aan te dreigen met de tuchtrechter als artsen zich aan zijn aanwijzing niet zouden houden.
Het is de vraag of je dit op deze wijze met de huisartsen in het veld moet communiceren. Maar los daarvan heeft de Minister ook niet de bevoegdheid artsen te vertellen wie ze wel en niet moeten vaccineren. Ook al is zijn argument dat anders het risico wordt gelopen dat, zonder strakke verdeling van de vaccins, de middelen te vroeg op zijn. Het is en blijft de arts die autonoom bepaalt wie een geneesmiddel nodig heeft. De Wet publieke gezondheid breekt daar in de huidige formulering niet door heen.
Werkgevers
Ook door werkend Nederland trekt de griepbestrijding haar spoor met tissues, desinfecterende sprays en hoestinstructies. Arbo-artsen kwamen met de tip je handen net zolang te wassen als het liedje Happy Birthday lang was. De juridische vraag rees of werknemers mochten weigeren op hun werk te verschijnen als al deze maatregelen niet genomen werden en anderzijds of werknemers gehouden waren aangescherpte hygiëne-voorschriften te volgen. Langzaamaan zijn deze op zich serieuze vragen allemaal wat aan het verdampen en van conflicten tussen werknemers en werkgevers is nog niet gebleken.
Farmaindustrie
Terugkijkend kun je het als rampenbestrijder niet snel goed doen. Als het meegevallen is was je aanpak achteraf een overkill, was het tegengevallen en had je als Minister nog een tandje bij moeten schakelen.
De positie van een influenzabestrijder wordt nog gecompliceerder door de afhankelijkheid van de farmaindustrie. Ook zij zullen dezer dagen zal naborrelen over dit jaar van grote transacties. Nederland bestelde snel 34 miljoen vaccins waardoor zelfs andere landen het nakijken hadden. Dat doe je als de industrie met dit vaccinmonopolie zegt dat de voorrraad beperkt is en er nu besteld moet worden, wil je niet achter het net vissen. De minister moest vanwege deze positie ook slikken dat er in de aankoopcontracten werd bedongen dat er over de prijs van de vaccins niets naar buiten mocht worden gebracht. En dat deed hij. Niks Europese afstemming. Eigen bevolking eerst. En uiteindelijk: vaccinoverschotten in Nederland. Die kunnen weer worden doorverkocht. De vraag is natuurlijk wel aan wie.
Een mooie eindejaarsgedachte zou misschien zijn die overschotten gewoon maar weg te geven aan arme landen die er om verlegen zitten.
Mr J.W.A. (Jan Willem) van Dommelen is advocaat bij Bouwman Van Dommelen Advocaten te Veenendaal.
Actualiteiten
- 9 Februari 2010
Uitspraak in beroep: beschuldigingen PEACE van "massale fraude" en "vervalste etiketten" zijn in strijd met de Nederlandse Reclame Code. - 25 Januari 2010
Column januari 2010 door mr A. Klaassen in het Reformatorisch Dagblad - 21 Januari 2010
Reactie op Wildersproces door mr A. Klaassen in het Nederlands Dagblad - 4 Januari 2010
Artikel "Supersnelrecht werkt niet" in het Nederlands Dagblad door mr J.W.A. van Dommelen

