Column “Wet Dwangsom” door mr G.H.A. Versluis
29 Juni 2011
Wet Dwangsom
De raderen van het bestuur draaien soms maar langzaam. Ook zorginstellingen hebben daar vanzelfsprekend mee te maken, bijvoorbeeld wanneer een indicatie wordt aangevraagd bij het CIZ of een bezwaarschrift wordt ingediend bij de NZa. Diverse wetten, zoals de Algemene Wet Bestuursrecht, stellen termijnen waarbinnen bestuursorganen tot een besluit op een aanvraag of bezwaar moeten komen. In de praktijk blijken veel bestuursorganen deze termijnen echter niet steeds te halen, tot frustratie van de aanvrager of bezwaarmaker. Het kan dan bijzonder teleurstellend zijn wanneer geen effectieve actie openstaat tegen een treuzelend (of overbelast) bestuursorgaan, dat de wettelijke of redelijke termijn inmiddels heeft overschreden. Met de Wet Dwangsom heeft de wetgever daaraan tegemoet willen komen.
Sinds de invoering van deze wet, is het mogelijk een bestuursorgaan in gebreke te stellen wanneer deze niet beslist binnen de wettelijke of redelijke termijn. Wanneer het bestuursorgaan binnen twee weken na deze ingebrekestelling nog altijd niet tot een besluit is gekomen, verbeurt deze dagelijks dwangsommen. Rijk zal men daar overigens niet van worden; het totaal is gemaximeerd op € 1.260,- . In hoeverre deze dwangsommen ook een reële compensatie vormen, zal dus sterk van de zaak afhangen.
Voor de verantwoordelijke ambtenaar kan de dreigende dwangsom echter een prikkel zijn om de kwestie met meer dan gebruikelijke spoed op te pakken. Verschillende bestuursorganen houden immers bij welke afdelingen (of zelfs welke ambtenaren) dwangsommen verbeuren. Een ingebrekestelling kan ambtenaren ook daarom aanmoedigen tot snellere besluitvorming.
Er is echter nog een bijkomend voordeel, dat belangrijker kan zijn dan de dwangsom zelf. Voluit heet de wet namelijk Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Wanneer het bestuursorgaan ook twee weken na de ingebrekestelling nog niet heeft besloten, kan de aanvrager of bezwaarmaker de kwestie aan de rechter voorleggen. In tegenstelling tot de situatie voor de Wet dwangsom, hoeft men dus geen bezwaar te maken tegen het uitblijven van een besluit. Dat betekent overigens niet dat de verbeurde dwangsommen in de plaats van het besluit zijn gekomen; het bestuursorgaan is nog altijd gehouden een besluit te nemen, maar voor het instellen van beroep hoeft daar niet langer op te worden gewacht. Omdat het bestuursorgaan nog altijd verplicht is een besluit te nemen, lopen de dwangsommen ook tijdens de beroepsprocedure door – tot er een besluit is genomen of het maximumbedrag is bereikt.
De Wet Dwangsom biedt dus mogelijkheden de besluitvorming te versnellen en dat kan ook voor de zorg van nut zijn.
Mr. G.H.A. (Gerard) Versluis is advocaat bij Bouwman van Dommelen te Veenendaal.
Actualiteiten
- 14 November 2011
Column "Klokkenluiders moeten van hun hij-zal-wel-gelijk-hebben-imago af" in het Nederlands Dagblad door mr J.W.A. van Dommelen - 19 September 2011
Nieuwe personenvennootschappen van de baan - 25 Augustus 2011
Column “De weigerambtenaar: geus of dubieus?” in het Nederlands Dagblad door mr J.W.A. van Dommelen - 11 Juli 2011
Column "Meldpunt Ouderenmishandeling" door mr J.W.A. van Dommelen - 27 Juni 2011
Column “Nieuwe nuchterheid” in het Nederlands Dagblad door mr J.W.A. van Dommelen

